Albanië 2010

door Chris

Gekronkel door de bergen

Chris: We volgen de bergflanken hoog boven het langgerekte stuwmeer van Fierzë. De weg is goed al is de diepte duizelingwekkend en zijn er weer vele dodenmonumentjes.

Een bulldozer schuift rotsblokken naar beneden, door de vele regen van de afgelopen dagen ligt er nogal wat zo hier en daar. Een passagier uit de bus die ons net inhaalde moet even met de bulldozerchauffeur praten, hij stapt weer in en we kunnen weer verder.
Er zijn kinderen die walnootjes te koop aanbieden, ze zijn behoorlijk brutaal, later nog twee kleine meisjes met bloemetjes en bramen. We zoeken een overnachtingsplek waar de zon nog even schijnt dus aan de juiste kant van de berg. En zie daar: er is een groot vlak stuk met daarop het plaatselijke voetbalveld naast het toegangsweggetje naar Mëzi helemaal beneden aan het stuwmeer.

Doelpunt! En wat een uitzicht! De weg is ver genoeg weg voor onze privacy, al duurt het ongeveer drie minuten voor een auto weer verdwenen is. De stilte is dan ongelofelijk. Het is windstil en je hoort werkelijk helemaal niets! Soms blaft er een hond in het dorp beneden en rond 18.00 loeit er af en toe een koe: melktijd. ’s Avonds een fijn vuurtje, ons eerste deze vakantie, halverwege draait het zachte windje en moeten we anders gaan zitten.

Hoogtepunt van de dag: wakker worden met prachtig weer in een prachtige omgeving. Dieptepunt van de dag: brutale zigeunerkindjes. 75 kilometer gereden

Moderne gastvrijheid

14 september
Om 6.30 komt de zon op van achter een wolk, het is weer windstil en niet koud. We zitten op een hoogte van 780 meter. De plek is mooi maar toch een beetje saai, geweldig om alles weer even bij te schrijven.
We nemen eerst het weggetje naar beneden richting Mëzi.

Een man bekijkt ons met een vragend gezicht en komt naar ons toe: “Waar komen jullie vandaan, willen jullie misschien een kopje koffie komen drinken of willen jullie misschien een elektrisch apparaat opladen?” Moderne gastvrijheid! We slaan het zo beleefd mogelijk af.

Terug boven rijden we het bochtige weggetje verder af, het is totaal ongeveer 60 km, op de kaart staat 40 km. Bij Qafa e Shllakut slaan we linksaf naar Kukës, dit is ook minstens 10 kilometer langer als wat op onze kaart (Reise know-how) staat aangegeven, als je dat weet is het verder trouwens een echt goede kaart. Op deze weg zijn de middenstreepjes met de hand geschilderd hetgeen er aandoenlijk uitziet.

Ongeveer waar de nieuwe snelweg begint rijden we Kukës binnen over een brug. Deze stad met 16.000 inwoners heeft in het Kosovo-conflict in 1999 450.000 vluchtelingen opgevangen (stel je dat eens voor!) en werd daarvoor als eerste stad ter wereld genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede!

Tavë Dheu, Albanees gerecht, meestal met levertjes

Vanwege de bouw van een Chinese stuwdam is de stad in de jaren 70 verplaatst. We parkeren op het bovenste plein met regeringsgebouwen en lopen naar Restaurant “America”. We willen eens een lokale specialiteit Tavë Dheu (een gerecht met gebakken lever) proberen en dat zouden ze daar moeten hebben. De omgeving is erg kitscherig en er lopen veel obers. Om een hoekje zien we Nathaël zitten met een Albanese jongeman. Wat een verrassing! We drinken even wat samen en kletsen bij, zij is via Kosovo hier gekomen.

Zij willen nu niet eten dus als ze weg zijn bestellen we de Tavë Dheu, het staat niet op de kaart maar ze hebben het wel.

Na een heerlijke grote salade wordt de Tavë Dheu bloedheet opgediend, er zit geen lever in maar vlees, ook lekker.
We lopen even in het stadje, pinnen en doen boodschappen. Hoe komen we nu op de route naar Peshkopi? We belanden bij de hier in aanbouw zijnde snelweg, die hier wel al gebruikt wordt, maar je kunt alleen op de oprit de richting Kosovo nemen.

En op de snelweg kun je wel keren maar er staat politie en er is een doorgetrokken streep. Het lijkt ons slim om de politie de weg te vragen. Ze maken met zijn tweeën een mooi plattegrondje en zijn daar zo druk mee bezig dat ze niet meer op het verkeer letten. Ik zie een witte mercedes zich verstoppen achter ons busje en als ze zien dat de politie niet oplet, scheuren ze snel voorbij! Ik lach hun vriendelijk toe: “Graag gedaan!”. Als het plattegrondje klaar is houden de zeer vriendelijke politieagenten hun stokjes omhoog en mogen we oversteken op de snelweg!

Extreem slechte weg

De weg naar Peshkopi begint zeer goed: mooi recht langs het vliegveld, maar in de nu volgende dorpjes is het een dikke ellende: vol gaten, soms erg smal, soms erg steil, soms met wegwerkzaamheden, soms blubberig en soms dit allemaal tegelijk!!! En dan ook nog druk verkeer van beide kanten. Lachen dus.

Plots is het asfalt, nieuw, glad en breed! En dat wel vier kilometer lang! Hierdoor missen we de afslag naar rechts waar we een mooie route langs de Zwarte Drin wilden nemen. Iedereen die we vragen zegt dat dit de weg naar Peshkopi is. Als we eindelijk door hebben dat ’t fout is willen we niet terug. Hier is het ook mooi al blijft de weg slecht en zijn er over het hele traject wegwerkzaamheden. (We rijden nu dus via Bushtricë en het is zo’n 70 km van Kukës naar Peshkopi)

Het rek op de vrachtwagen op de linker foto hierboven zorgt ervoor dat de dikke rotsblokken ernaast vallen en het gruis door het rekje in de laadbak.

Overnachting bij een oorlogsmonument

Om 18.00 vinden we een overnachtingsplek aan een zijweg bij een oorlogsmonument, niks bijzonders al is het uitzicht groots!

We horen voor het eerst in Albanië het gezang van de imam. We gaan vroeg slapen.

Hoogtepunt van de dag: politie wijst ons de weg. Dieptepunt van de dag: verderop toch de mooie route langs de Zwarte Drin gemist. 156 kilometer gereden

15 september
Om 7.15 maakt de zon ons wakker, het is ook meteen al weer 16°C. Auto’s doen er zeven minuten over om van het eerste punt waar we ze kunnen horen tot het laatste punt waar we ze kunnen zien, te gaan. Schoolkinderen lopen richting bushalte. We vertrekken om 8.53 en doen er ook zeven minuten over ondanks dat we iets verder beginnen! De wegwerkzaamheden zijn hier zodanig gevorderd, de walsen hebben het al stevig aangestampt, dat het al aanvoelt als asfalt!

Bij een 1-baans-stuwdammetje wacht een vrachtwagen even op ons. De chauffeur komt naar ons toe en gaat gezellig aan de deur hangen, gewoon zin om even met buitenlanders te kletsen: hij woont in Laç, binnen een maand komen ze hier met de asfaltmachine en de mensen hier zijn heel blij met de nieuwe weg! Even later zien we de asfaltmachine staan. Dan rijden we ineens op prachtig glad asfalt de laatste 10 km naar de afslag naar Peshkopi, waar het asfalt weer stuk gereden is.

Gezellig Peshkopi

Peshkopi blijkt een erg leuk stadje, we moeten een kwartiertje wachten op onze heerlijke uienbyrek en lopen rond: chique winkelstraten met een taartenwinkel, een gasfornuizenwinkel, een schoenmaker, veel kledingwinkels, dames- of herenkappers etc. Het lijkt of er een feest is, er is zelfs kindervermaak.

Als we Peshkopi uitrijden hebben we mooi uitzicht op het stadje.

Bij het dorp Kovashicë zoeken we een zwemplek bij de rivier, helaas is de weg afgesloten en na veel vragen rijdt een Mercedes Sprinter ons voor naar het dorp, maar vanaf hier is de rivier niet bereikbaar.

Verderop bij een brug proberen we een pad langs de rivier, geen zwemplek, wel een restaurant. Naar Bulqize toe is goed en breed asfalt met in de stad zelf weer wegwerkzaamheden. Dan een pas met een afdaling langs de bergwand, gelukkig bijna overal vangrails. Nog een stuk over een bergkam en dan zijn we al in Klos.

Hier willen we een shortcut nemen via de Dajti-berg naar Tirana. De eerste vier kilometer over de brug is smal asfalt de berg op. Daarna wordt het wegdek erg slecht, we twijfelen meermalen of we dit gehobbel weer een x aantal km willen, terwijl het misschien niet eens mogelijk is.

Leuke overnachtingsplek

Overnachtingsplekjes zijn hier wel: plekje 1 afgekeurd: teveel rotzooi, plekje 2: leuk, mooi uitzicht, maar als Ton de hobbel hier naar toe neemt schraapt de aandrijfas over de grond terwijl hij er nog lang niet is. Verder langs de slechte weg, het wordt steeds slechter, toch maar terug? Hier kun je wel keren, hee, dat is een mooie overnachtingsplek: op een pasje met uitzicht naar twee kanten en de weg gaat hier met een paar hobbelige haarspelden nog hoger…

Morgen zien we wel verder. De verlaten weg blijkt toch niet zo verlaten, diverse busjes komen omhoog en nemen de haarspelden, we klokken weer een auto: hij doet er twaalf minuten over om de afstand van hemelsbreed nog geen kilometer af te leggen. We zwaaien en lachen en ze toeteren vrolijk terug, na de haarspeld zijn alle hoofden gedraaid en gaapt men ons nog eens aan. Dan is het spitsuur afgelopen, een uur lang komt er niks.

Een vrouw loopt boven op een helling haar koeien te roepen. Even later horen we vanuit een ander dal eenzelfde schelle stem. Er komen nog twee auto’s langs en dan is het stil op de krekels en de vogels na. De zon is nu achter de berg en een trui moet aan.

Ogentest uit de oudheid

Ik loop verder langs de weg en hoor een ruisend geluid, het dal beneden blijkt vol met watervalletjes. Er komen weer wat busjes langs, een omaatje deponeert een guts braaksel voor mijn voeten, de weg maakt een haarspeld en nog even zie ik haar wiebelige hoofdje, gehuld in een witte hoofddoek en er komt alweer een golf… Wat heb ik een medelijden met haar, ik hoop dat ze niet elke dag zo naar haar werk moet.

Terug bij het busje blijkt dat de halve maan zo onder zal gaan. We bekijken eens goed waar het maanlicht nu op schijnt en proberen te voorspellen hoe het licht straks zal zijn. Nadat we met de verrekijker alle maankraters hebben bestudeerd, is het zover: er verschijnen allemaal blaadjes en takken voor de maan en het is goed te volgen hoe zij langzaam achter de berg zakt. Met de verrekijker is ook goed de dubbelster in het steeltje van de Grote Beer te zien. In de oudheid werd deze dubbelster gebruikt om de scherpte van het oog vast te stellen. Het is niet koud en we gaan lekker laat naar bed.

Hoogtepunt van de dag: verrassing: asfalt. Dieptepunt van de dag: geen zwemplek gevonden. 105 kilometer gereden

16 september
Eén auto van de andere kant stopt en we vragen of we zo in Tirana kunnen komen. Zij vinden van niet, alleen terreinwagens. We gaan maar terug en na 20 minuten hebben we 2,6 km afgelegd en zijn we weer op het asfalt. Lees maar verder op pagina 9.

Dit vind je misschien ook leuk

Schrijf een reactie