Sofia, de hoofdstad van Bulgarije
Hemelsbreed zo’n 20 kilometer ten noorden van Sofia ligt Vlado Trichkov, alwaar een primitief campinkje aan de Iskar. Emiel heet ons welkom, we zijn weer, net als gisteren, de enige gasten. Er is supersnel wifi.
11 september
De douche functioneert prima, het is allemaal best schattig op deze camping, al houdt Emiel niet echt van grasmaaien.
We zitten nu zo in de hoofdstad en parkeren ons busje midden in het centrum aan de voet van het Sofia standbeeld voor 3 lev per uur. Deze naamgeefster van de stad draagt op haar linkerarm een uil en heeft in haar rechter hand een lauwerkrans.
Het wordt een leuke dag: er is veel te zien in Sofia, het is goed te belopen en wat meteen opvalt: het is een erg schone stad. Er zijn ook veel onderdoorgangen voor voetgangers, dus geen last van het verkeer. En daar zijn dan ook weer vaak kleine winkeltjes. Vlakbij het standbeeld zien we in zo’n onderdoorgang de zadelmakerskapel Sveti Petka uit de 13e eeuw.
Bij het parlementsgebouw zien we een soldaat op wacht en dan het standbeeld van het gespleten hoofd van de vermoorde politicus Stefan Stambolov.
Na een mooie Russische Kapel (helaas net in de steigers) komen we bij het Rode Leger Monument.
In het bijbehorend park zien we nog een mooi beeld:
Bij de enorme Alexander Nevski kathedraal gebruiken we nog iets op een terrasje.
We gaan nog enkele warenhuizen (o.a. Tzum) in vlakbij het Turkse Badhuis.
Een bijzonder klokkenpark in Bulgarije
Na een zoveelste terrasje stappen we voldaan weer in ons busje om naar het zuiden van de stad te rijden: daar is het Kambanite klokkenpark, een bijzondere plek.
Ludmila Jivkova, de dochter van een communistische leider liet het in 1979 bouwen voor een vredesconferentie voor kinderen. Iedereen mag gewoon de klokken uitproberen. Vlakbij is ook een “slakkenhuis”:
Het is een gewoon woonhuis!
Omdat het al aardig laat is, gaan we ondanks wat negatieve recensies, toch naar de enige camping die Sofia rijk is. Ze zijn niet alleen zo slim om de dubbele prijs te rekenen, ook de voorzieningen slaan nergens op. We staan op een onkruidveldje, paden en gebouwen zijn overwoekerd. We krijgen de sleutel van een smoezelig “vakantiehuisje”: verveloze deuren, kapotte tegeltjes, schimmel- en sigarettengeur. Een man in een onderbroek loopt bij één van de huisjes en meer wonderlijke figuren hebben hier hun tijdelijke toevluchtsoord. Pluspuntje: er is stroom en we laden alles weer op.
12 september
We zweren allebei de volgende dag dat we wakker zijn geworden van iemand die een deur van ons busje probeerde te openen!
We zijn snel weer op weg en rijden de stad uit naar het oosten. Lees verder op pagina 3.