Een natuurlijk stuwmeer in Roemenië
Chris: De 1416 meter hoge Prislop-pas vormt de grens tussen de Maramures en de streek Moldavië, bovenop staat een klooster.
Iets voorbij de pashoogte vinden we een prima overnachtingsplek aan de rivier de Bistrita. Ik lees in de zon terwijl de snipverkouden Ton een dutje doet. Als het koud wordt, we zitten natuurlijk erg hoog hier, lezen we voorin verder en vlak voor het slapengaan, pakken we nog maar even het winterdeel van het dekbed erbij. De sterrenhemel is overweldigend!
15 september
We volgen de Bistrita verder naar beneden en zien al snel enkele zigeunerkampementen, hutjes van planken en plastic, een enkel caravannetje of pipowagen en kinderen die spelen in de modder. Het ziet er erg triest en koud uit.
Beneden in het dal zijn erg mooi versierde huizen, heel anders dan in de Maramures. Hier meer mozaïeken/patronen en geen enkel huis lijkt op een ander. Ook veel mooi versierde overdekte waterputten.
Zelfs de bushokjes zijn hier prachtig!
Dan komen we op een snelle weg met een mooi aangelegde pas, eindelijk glad asfalt!
Ontmoeting met de mannen van de “magazin mixt”
We besluiten naar de Nederlandse camping “de Vuurplaats” te gaan, want het is mooi weer en een rustdag is wel lekker, vooral voor de snotterige Ton.
Een Engels sprekend meisje laat ons binnen, de “chef” is er even niet. We gaan op het pas gemaaide grasveld staan en hebben al meteen contact met onze Duitse buurvrouw. Na lezen/internetten/bijschrijven in de zon pakken we de camera’s voor een wandeling in het dorp.
Als we een biertentje zien gaat Ton terug voor de portemonnee. Ik ontmoet een vrolijke vrouw met overmatig gezichtshaar en een grote tas met paddenstoelen, ze heeft ze net geplukt en of ik ze wil kopen? Ik leg in uitstekend (haha) Roemeens uit dat we vanavond op de camping gaan eten. Ton blijkt ondertussen ook vrienden te hebben gemaakt: de mannen van de “magazin mixt”! Het bier is er lauw, maar goedkoop en we leren Roemeense woorden als “proost”, “een goede gezondheid” en “ik moet nog drie kilometer fietsen, maar mijn band is lek”.
Dan een heerlijk driegangenmenu met vier andere gasten op camping “de Vuurplaats”: heerlijk, veel groente en alles ecologisch! Eigenaar (en kok) John vertelt enkele wetenswaardigheden over het dagelijks leven in Roemenië en we beginnen met de tuica van de perenboom op de camping. De andere gasten (een Duits en een Nederlands stel) hebben beide in de zeventiger jaren een vaststaande reis door Rusland gemaakt, dus zeer bereisde mensen.
16 september
Na onze ochtendritueeltjes babbelen we nog even met het Nederlandse stel, ze gaan door naar Bulgarije, Griekenland en Albanië en ze willen nog wel wat informatie over campings in Albanië, en daar weten wij wel wat vanaf.
Het karrenspoor naast de afgrond is onlangs geasfalteerd
Eigenaresse Engelina vraagt nog even naar het vervolg van onze reis en zij vertelt dat die route (een paar jaar geleden) zo eng was, dat mensen huilend op de camping aankwamen…. Klinkt goed! We zien wel. Ook volgens het Nederlandse stel is deze route niet meer dan een karrenspoor langs een afgrond!
Gelukkig (of helaas) is de weg naar boven door de Rarau bergen naar de 1425 meter hoge pas, zeer breed en glad asfalt en de afdaling, na een mooie pas met ruige rotsformaties, is iets smaller asfalt maar met keurige grindrandjes ernaast, allemaal pas aangelegd zo te zien!
Op de schitterende afdaling zien we nog ergens een bruidspaar bezig met hun fotoreportage en na totaal een uur (en 27 km) zijn we alweer beneden in Chiril.
We volgen de Bistrita, hier breed en ondiep, wankele hangbruggen erover en picknickplekken met speelveldjes ernaast. Dan een restaurant waar vrolijke gezichtjes van de bergjes maispap (of op zijn Roemeens: Mămăligă, klik hier voor recept) zijn gemaakt.
De weg wordt gelukkig steeds beter en in Târgu Neamt rijden we naar het zuiden. In het dorp Crâcâoani slaan we rechtsaf. Ook hier gloednieuw asfalt tot in het dorp Cracâul Negru. Ongeveer 2 km nadat het asfalt stopt naar links, er staat een bord bij: “publieke bosweg” o.i.d.
Kamperen bij de verdronken bomen
Na bijna 6 kilometer goede gravelweg bereiken we ons doel voor vandaag: een natuurlijk stuwmeer! Het heet Lacul Cuiejdel. In 1978 en in 1991 vonden hier aardverschuivingen plaats, hierdoor ontstond een dam in het rivierdal en daarachter dus een nieuw meer. Het staat vol met verdronken bomen.
Het bekendste natuurlijke stuwmeer heet Lacul Roşu (al ontstaan in 1837) en daar komen we morgen langs, maar het leek ons leuk om aan zo’n meer te kamperen! We vinden een mooie overnachtingsplek.
We zetten onze stoeltjes op een absurdistisch strand en kijken af en toe verwonderd op vanuit onze leesboeken.
Een groepje adolescenten zwemt gillend aan de overkant en af en toe horen we stemmen van vissers, verscholen achter de boomstammen.
Tegen de avond smeer ik een flinke lik pindakaas in een gat van een boom, op beerhoogte. We gaan voorin het busje zitten kijken… Aan de overkant van het meer begint iemand iets te kappen, ik heb zelden een griezeligere echo gehoord.
’s Avond zijn we helemaal alleen op deze bijzondere plek.
17 september
De pindakaas is helemaal opgelikt! We zien geen sporen, dus dit experiment moet verder uitgebouwd worden. Wat hebben we trouwens heerlijk geslapen, wat een rust op deze plek, eens geen riviertje (of blaffende honden, zoals gisteren).
We proberen te zwemmen, maar dat is geen succes: na een paar stappen in het meer begint het te borrelen en het stinkt verschrikkelijk. Ook normaal al zien we plots allerlei gasjes vrijkomen, en groene en rode aanslag. We douchen ons maar met een fles water.
We vertrekken weer (dezelfde weg terug) over de prima bosweg, waar zelfs waarschuwingsborden staan. Lees verder op pagina 5.