Home ReisverhalenBritse Eilanden Schotland voorjaar 2012

Schotland voorjaar 2012

door Chris
Schotland voorjaar 2012

Eindelijk vrij kamperen!

Chris: De beste manier om het Falkirk Wheel, de beroemde Schotse bootlift, te bereiken is afslag 1 van de M876. Al snel kom je bij een restaurant, we hebben alweer honger, dus een tweegangenmenuutje: pittige soep, en daarna worstjes en een lamsburger. De rekening klopt niet en we worden wel zes keer gevraagd of we nog wat willen drinken, de bediening is te professioneel, dus onecht. Geen fooi dus, ha!

Met de auto nog iets verder en daar is de carpark van het wheel. We lopen een klein stukje en boeken een boottrip die al over 20 minuten begint. We bekijken eerst alles, een boot gaat net naar beneden en er is een uitgebreide souvenirshop.

Boottocht via het Falkirk Wheel

De boottrip is erg leuk en duurt een uur. We treffen een gids die grappige anekdotes weet te vertellen. Ondertussen gaan we in de lift omhoog, door een tunnel, en dan weer terug naar beneden. De lift verspilt geen water in tegenstelling tot de 10 sluizen die er eerder waren. O.a. het verhaal over de Queen die de zaak opent met een oude deurbel is heel vermakelijk.

Voordat we een camping gaan vinden, kunnen we nog wel even de ananas-folly bekijken: vlakbij afslag 3 van dezelfde snelweg, iets voorbij Airth.

Camping The Woods is net wat te kolossaal voor ons en bovendien heeft het een (door ons gehate) slagboom! Internet is hier “pay as you go”, dus geen wifi, maar je logt in en betaalt een bedrag per uur met je creditkaart. Dan gebruiken we liever onze waarschijnlijk wat tragere droam-verbinding. We zitten eerst voorin het busje, vanwege de extreme kou is er buiten niemand te zien.

19 mei
Kedeng, een harde knal, we schrikken wakker, wat was dat? Ton denkt een bal tegen ons busje, maar we horen geen kinderen. Een vogel, blijkt later vanwege enkele veren, de zilvergrijze kleur van ons busje lijkt ook net de Schotse hemel. We dommelen nog wat verder en maken uiteindelijk koffie in de zonneschijn, al waait er nog een koude wind.

De zon verdwijnt ook al gauw en als we wegrijden, na alweer een heerlijke douche (het hoogtepunt van de dag?) zitten er alweer spatjes op het raam. We kopen een brood in Alva, fotograferen Wallace Monument en vinden een single-track-road de heuvels in, richting Muirsheriff. De weg gaat tussen bemoste rotsen door naar een rustig wandelgebied met mooie uitzichten en af en toe een huis met wat bomen.

“Haggis” met “tatties and neeps”

Langs een lieflijk riviertje bereiken we Muirsheriff en dit blijkt een restaurant met superaardig personeel. Ze hebben “Haggis” met “tatties and neeps” en dat moet je gegeten hebben als je in Schotland bent geweest. De bedienende dame geeft ons de suggestie om één portie met zijn tweeën te proberen, het is een voorgerechtje en tsja, je moet het maar lusten. In het algemeen zijn we ook niet vies van vreemde gerechten met ingewanden en zo.

Dus als ze vraagt hoe we het vonden, zeggen we diplomatiek: “it’s quite allright”, maar deze geroutineerde dame houden we niet voor de gek: “dus jullie hoeven het nooit weer?”. Wat erna komt is gelukkig erg lekker: spinazierisotto met tuinbonen en walnoten en Ton “bambi” met cranberry-jus.

We rijden verder door het mooie landschap, ’t is een kale hoogvlakte. We steken een drukke weg over en rijden dan op een single-track-road naar Kenmore.

Lekker geen bezienswaardigheden vandaag maar gewoon lekker rustig toeren. Ergens in het struikgewas vinden we een parkeerplek voor wandelaars. Er zijn drie routes uitgestippeld, de kortste is 1,5 km en zou in 30 minuten kunnen. We doen er ongeveer twee keer zo lang over: slechte conditie, modderig pad en de route staat niet heel goed aangegeven.

Het lukt ons toch om bij een mooi uitzichtpunt te komen en we aanvaarden met een shortcut de terugweg.

Een koude nacht

We kunnen wel overnachten op deze parkeerplaats, de ene auto die er net ook stond, is weg. Ik begin maar in mijn eerste boek en Ton “volgt” een voetbalwedstrijd (europacupfinale) op de iPad, door steeds op de vernieuwknop te drukken. We gaan vanwege de kou heel vroeg naar bed, het is helemaal niet zo leuk zo.

20 mei
Het ijs staat op de ramen als we wakker worden. Dit hebben we op al onze reizen nog nooit meegemaakt. De zon schijnt echter, dus we draaien de bus zodat het voorraam in de zon staat. We zijn wakker geworden van een auto die de parkeerplaats op kwam rijden om 6 uur, maar als we de deuren open doen, is er niemand. Al gauw vertrekken we en het is heerlijk om zo vroeg al te kunnen rijden. We zijn vlot in Kenmore, dat we gisteren vanaf het uitzichtpunt al zagen liggen. Zo in het ochtendzonnetje ziet het er geweldig uit allemaal!

Het strandje hier staat bekend als één van de warmste van Schotland, toch laten we dit gratis ochtendbad links liggen en rijden via een mooie route naar Queen’s vieuw. Welke Queen dit uitzicht ooit heel erg mooi vond is niet helemaal duidelijk, het zou zelfs de vrouw van een of andere artiest kunnen zijn, maar mooi is het zeker!

Als het na 10 uur is, moet je hier 2£ voor betalen, maar dat is het nog lang niet.

In Pitlochry is van alles te beleven

Als we ’s ochtends Pitlochry ariveren, zoeken we meteen een ontbijt. In een hotel vraagt men ons kamernummer en we zeggen dat we spontaan aan komen waaien, dus komt er op ons bonnetje “walk in” te staan. In een hoge zaal met enorme schilderijen lopen we wat verdwaasd tussen de meest wat oudere Engelse gasten naar ’t “Continental Buffet”, waar behalve wat piepkleine croissantjes verder geen brood ligt. Wel een grote ketel met pap, jak! Wat nu? We nemen wat beleg mee en op onze tafel blijkt een menukaart te liggen.

We bestellen twee keer full Scottish, dus met bacon, gebakken ei, melig worstje, bonen in tomatensaus, black pudding (bloedworst dus), tomaat, gebakken champignons, toast en gefrituurd brood. En een pot slappe koffie, en verse vruchtensappen. Het kost dan ook £8,50 p.p.

Volgegeten bekijken we nu het heathergem-fabriekje, ze maken hier typische Schotse juwelen van gekleurde samengeperste heidetakken. Het ziet eruit als steen, maar weegt een stuk lichter. Als je daarna niet al te lang in de winkel rondloopt, kost dit uitstapje je een half uur en geen geld. Dan de zalmtrap, ook een half uurtje, maar minder leuk (als je geen springende zalm ziet). Op een bord staat dat er dit jaar al 661 zalmen omhoog zijn gezwommen.

Dan de Endradour distillery: Schotlands kleinste whisky distilleerderij, maar die gaat pas over anderhalf uur open, en aangezien we haast hebben….

Edelherten

We rijden naar Breamer over een grote weg door de bergen, plots zien we twee red deers (edelherten) de weg oversteken, de achterste blijft wat beduusd in de rivier staan, om bij te komen van de schrik.

Bij edelherten hebben alleen de mannetjes een gewei, dat ze in de winter kwijt raken, waarschijnlijk om energie te besparen in het voedselarme jaargetijde. In maart/april krijgen ze een nieuw gewei dat meestal groter en complexer wordt als teken van gezondheid.

Lees verder op pagina 4.

Dit vind je misschien ook leuk

Schrijf een reactie