Home ReisverhalenBalkan, westelijk Balkanstadjes te fiets 2018

Balkanstadjes te fiets 2018

door Chris
Balkanstadjes te fiets

Gjirokastër en Berat

Chris: Vlot passeren we de Grieks-Albanese grens en komen in de brede Drino-vallei waar Gjirokastër in ligt. Er moet hier een nieuwe minicamping zijn op twee kilometer afstand van het stadje. Het staat goed aangegeven en camping “Late” ligt aan een rustige weg en heeft een mooi uitzicht!  Klik hier voor ons stukje over deze camping met o.a. de precieze locatie.

We worden onmiddellijk welkom geheten door een jongeman en krijgen een flink glas raki (met groente, kaas en olijven) op het mooie terras. Na een lekkere douche fietsen we de twee kilometer terug naar Gjirokastër, het is zo goed als vlak. De rest van Gjirokastër dus niet! We drinken een biertje en besluiten om morgen met het busje omhoog te gaan. Het is vandaag voor het eerst echt heet.

Om 19.00 gaat het restaurant op de camping open, we kiezen de traditionele schotel, die uit heel veel verschillende hapjes bestaat. Veel met bladerdeeg, verder stukjes kaas en knapperige rijstballetjes, genaamd “qifgi”. We genieten nog even van het snelle internet en gaan alweer vroeg naar bed.

23 april
We ontbijten in het restaurant met gebakken ei, kaas en jam. Helaas alleen Turkse koffie. De serveerster vergist zich in de prijs, kennelijk hebben ook jonge mensen nog last van die extra nul, die ooit van de lek is afgegaan. Dan een koude douche, omdat de overige zes campinggasten al hadden gedoucht? Pardon zeven, er was ook nog een Franse peuter.

Balkanstadje te fiets: Gjirokastër

We rijden naar het centrum van Gjirokastër en er is een parkeerplek! We zien een standbeeld van een lokale beroemde Albanese vrijheidsstrijder (Çerçiz Topulli) en maken een foto.

Later lezen we dat een dronken Italiaans militair in de tweede wereldoorlog besloot dat de held postuum geëxecuteerd moest worden. We hebben dus niet gelet op het kogelgat in de rechter dij van het standbeeld.

We lopen verder omhoog langs de leuke winkelstraatjes van de oude bazaar onder aan de burcht. Bij een ouder echtpaar bestellen we salades en broodjes, “alles natuurlijk”! De man rookt zelfs buiten (vlak voor de open ramen). Het is weer erg heet.

Geboortehuis van de dictator Enver Hoxha

We lopen via de Ismail Kadare (de beroemde schrijver) straat naar het Ethnografisch museum. Dit is het geboortehuis van Enver Hoxha, niet helemaal eigenlijk, want het origineel is verwoest door een brand. Voor 200 lek p.p. (ongeveer €2,50) krijgen we een aardige rondleiding, we mogen niet te veel foto’s maken om niet de nieuwgierigheid van anderen weg te nemen. Er zijn enkele kledingstukken uit die tijd (2 à 3 eeuwen geleden) te bezichtigen. Ook de familie van de dictator heeft een paar objecten aan het museum gedoneerd.

Het bijzonderste vinden we de uitleg van de kleine raampjes met houten rasters (zie foto hierboven: boven die ramen). Deze kijkvensters zijn via een onhandig trappetje te bereiken. Als er dan gasten in de mannenkamer aanwezig waren, konden de vrouwen deze huizes kijken voor hoeveel gasten er bijvoorbeeld koffie geserveerd moest worden, dit werkelijke serveren gebeurde dan door een jongeman van de familie. Zo konden de vrouwen wel de mannen bekijken, maar andersom niet!

Terug op straat vertelt een souvenirverkoper ons veel aan de hand van ansichtenkaarten (o.a. dezelfde foto van moeder Teresa met haar zus, die we net in Skopje hebben gezien). We kopen een boekje en hij speelt nog even op zijn herdersfluit.

De straten in Gjirokastër zijn extreem smal, en soms ook heel steil! Kijk maar eens naar deze blauwe bus, het past maar net!

Het authentieke Skenduli huis

Iets terug is het Skenduli huis:

Dit huis is wel origineel en ongeveer 300 jaar geleden gebouwd. We krijgen weer een rondleiding (ook voor 200 lek p.p.) door een vrouwelijk lid van de familie, die hier eeuwenlang woonde. Haar vader is zelfs getrouwd in dit huis, we zullen straks die kamer bezichtigen. We mogen weer foto’s maken, behalve van die ene mooiste kamer, waar de huwelijksceremoniën plaats vonden.

We beginnen in de kelders, die was bestemd voor opslag, hier kwam alles binnen. De dieren bleven buiten. We zien veel grote kruiken etc. De muren hebben elke meter een balk van kastanjehout tussen het steen, dit veert lichtjes mee in het geval van een aardbeving! De schuilkelder heeft een dubbel gewelf en rondom banken. Er leefden meestal zo’n 20 à 30 mensen in een familie, de zoons bleven, de dochters werden uitgehuwelijkt en gingen bij de schoonouders wonen, zij kregen een mooie kist met handwerk mee.

Ecologisch verantwoord

Naast de schuilkelder is een “koelkast”, dit kamertje ligt erg diep en naast het regenwater voorraadvat, lekker koel. Al het water (incl. van alle toiletten en hamams in het huis) werd afgevoerd naar beneden naar de rivier.
De tweede verdieping is de “winterverdieping”, deze woonlaag is laag, er zijn kleine dubbele ramen, haarden met schoorstenen en midden in de kamers plateaus waar gloeiende kooltjes op gelegd werden.
De derde verdieping is het zomerverblijf: veel hoger, grotere ramen, balkons en een ontzettend mooi versierde ceremoniekamer! Het gedeelte in de kamer voor het bruidspaar en de eregasten is iets hoger. En achteraan, achter de rasters, weer de ruimte voor de vrouwen (en kinderen). Zo konden ze alles zien, maar niet gezien worden.

De vrouwen kwamen eigenlijk ook niet buiten, dat was nergens voor nodig, hooguit op een balkon, en natuurlijk om naar het huis van een toekomstige echtgenoot te gaan, wat een belevenis moet dat zijn geweest!

We horen nog veel meer over het leven in die tijd (maar ook nog gedeeltelijk in deze tijd, zoals bij de plattelandsfamilie waar we over een paar dagen weer op bezoek zullen gaan), er is alle ruimte voor vragen! Dit was enorm boeiend om te zien!

Ondertussen is het al 14.00 en erg warm, wat zullen we nu nog gaan doen? De klim naar de burcht zien we even niet zitten.

“Een varken in het paleis”

Ik heb ooit een mooi boek gelezen, van Tessa de Loo, genaamd “een varken in het paleis”, zie hier een boekverslag. In dat boek gaat de schrijfster o.a. op een ezel langs de bergflanken op zoek naar “Antigone”. Tegenwoordig gaat daar een asfaltweggetje naar toe. Antigone is gesticht in 295 voor Christus, door koning Pyrrhus, jawel, van die overwinning! De stad is vernoemd naar zijn vrouw. Er is zo’n vier kilometer aan versterkte muren omheen gebouwd.
Het is een mooie rit van ongeveer 15 km.

Antiek Antigone

In tegenstelling tot het mooie boek en de mooie rit, is er in Antigone zelf niet veel te beleven. We parkeren op een hete parkeerplaats zonder een spoor van schaduw, met een vervaagd info-bord en een verlaten tickethuisje. We gaan lopend verder.

Het mooiste dat we nog vinden is een oude Romeinse fontein, waar niet veel meer van over is. Maar misschien hadden we nog wat door moeten lopen. De opgegraven voorwerpen liggen allemaal elders.

Terug in Gjirokastër eten we lams- en kipschotels met salades en patat in een groot restaurant.
We weten hier in de buurt een fijne overnachtingsplek, die we Tylie Alpet noemen. Het toegangsweggetje naar de rivier is nog slechter geworden, maar we vinden vlakbij een fijn grasveldje aan de Drinos met een mooi uitzicht.

24 april
We doen een rustig ochtendritueel met o.a. een extra kopje koffie, ja, ja, toe maar! Een enorme kudde geiten en schapen pingelt vanuit de rotsige heuvels en de rivierbedding. Enkele landbewerkers komen langs.

Balkanstadjes te fiets: Tepelene

We kijken nog wat rond in de omgeving en vertrekken dan naar Tepelene, waar de wrede tiran Ali Pasha als een varken in zijn paleis ligt:

Het uitzicht is prachtig op de route naar Ballsh, de weg zit echter vol verzakkingen. En dan zien we de vieze ja-knikkertjes waar ik al eens over had gelezen. Een weeë geur hangt rondom een teer-meer en verroeste opslagtonnen. Het lijkt nog in gebruik te zijn.

We eten in Patos, een klant helpt met bestellen, er is snel wifi. Iets verderop een vreemd bouwwerk: een bootrestaurant op het droge.

Balkanstadjes te fiets: Berat

In eerste instantie rijden we voorbij de camping (ziet er leuk uit) naar Berat, waar we willen fietsen en een nieuwe camera kopen. De stad is goed te befietsen (de vorige keer hadden we de burcht al bekeken) en een camera kopen we bij Saturn.

Ongeveer tien kilometer terug is dus een aardige minicamping , het is er druk voor Albanese begrippen. De receptie is gesloten maar even later komt Donna op ons af met twee frappé’s, jammie! We regelen de financiën morgen wel, want zij is vanaf nu “familie”, haha! Heerlijk relaxed dus, en het prima sanitair hadden we al ontdekt.

’s Avonds kijken we een voetbalwedstrijd tussen Liverpool en Rome, samen met een paar Engelse voetbalfans: 5-2!

24 april
We ontbijten in het campingrestaurant en kopen meteen ook een fles goede olijfolie, Donna vertelt dat ze in het zuiden van Albanië olijfbomen heeft.
Dan maken we ons op voor ons tiende bezoek aan de Albanese familie, die in de bergen woont. Lees verder op pagina 8.

Dit vind je misschien ook leuk

Schrijf een reactie