4×4 door het Taurusgebergte
Ton: In Taşağıl gaan we niet rechts naar de kustweg maar links richting Karavanserei Kargıhan, het staat met bruine borden aangegeven. De weg is van asfalt maar vol gaten. Na ongeveer 25 km bereiken we de eenzaam gelegen Karavanserei.
Er is nog één andere toerist: een dame op hoge hakken in een Mercedes Vito. Het gebouw is groots met hoge ruimtes. In het stroompje ernaast zien we kikkers en een krab. Chris weet hem onder de steen waar hij zich ging verstoppen weg te krijgen en zet hem op de foto.
We rijden verder, maar welke kant op? In ons kaartenboek gaat de dikke gele lijn hier gewoon door richting Derebucak. We proberen eerst een zijweg maar die is te slecht. Het pad rechtdoor, het asfalt stopt bij de bezienswaardigheid, lijkt beter. Na een half uur komen we een brommerrijder tegen.
We vragen of de weg naar Derebucak gaat. Hij twijfelt, kijkt voornamelijk achter ons naar de weg die we kwamen, bedenkt hoe lang die is, en zegt dat het wel de goeie weg is maar dat hij erg slecht is. We blijven nog steeds stijgen. We zien donkere wolken tegen de bergen geplakt, daar gaan we toch niet heen?
Bij een splitsing volgen we een bord “Ibradi” (ook de goede kant op), “Antalya” is terug, maar zo’n bord stemt toch weer hoopvol.
De weg wordt slechter, smaller en het gaat nog steeds hoger… Verderop is de lucht pikzwart, we zien bliksemflitsen. Langs een diepe afgrond rijden we nu en het begint te regenen en even later te hagelen. Het spoelt! Chris stopt en we wachten de bui af. Er zijn luide onweersknallen. We zijn bang maar proberen elkaar moed in te spreken.
De kudde wilde paarden
Chris moet op zo’n moment altijd vreselijk nodig plassen en ze rent naar de klep, zet hem open en gaat eronder zitten. Toch kletsnat geworden. We rijden heel langzaam verder, het bruine regenwater gutst langs het pad.
Het blijft regenen, even later stoppen we nog eens vanwege de harde regen. We zien een pas, daarna zal het wel naar beneden gaan… Dan nog één en dan, eindelijk, na 15 km begint de afdaling.
Na korte tijd zien we een hoogvlakte, we zien zo’n 30 à 40 wilde paarden met de kont in de wind/regen staan.
De weg gaat dwars door de vlakte, eindelijk vlak en geen ravijnen meer! Heerlijk! Ik zet hem in z’n twee en we gaan met een lekker vaartje over het bruine pad. Dan glibbert de auto wat, dus rustig aan. Door de regen is het wat glibberig geworden. Plots zakt de auto in de zachte modder weg en staan we tot aan de bumper in de drek. Ik zet de auto in de achteruit, warempel, het lukt een paar meter en ook dan is er geen grip meer.
Chris gilt: naar rechts, ze ziet rechts sporen door het gras lopen. Maar de auto wil absoluut niet naar rechts. Dan maar links proberen, daar is ook gras. Ja, dat wil nog net, over een richel met stenen rijden we op het gras. Zolang we nog vaart hebben gaat het goed. Voor ons zien we nu een diepe geul die schuin op het pad toeloopt. Chris brult: Stop!
Hulp van vier mannen en een tractor
Diepe plassen en gaten en terug naar het bruine pad lijkt ook niet fijn. Wat nu? Eerst de motor uit. Chris gaat op haar sandalen in de regen opties bekijken. Conclusie: eerst schoenen aan! En eerst wat eten en drinken tegen het trillen van de schrik. Ik zie het totaal niet meer zitten en denk dat we hier nog wel een hele tijd zullen staan. Hier staan we recht en niet in de blubber, we kunnen hier probleemloos overnachten. We knabbelen wat nootjes.
Chris ziet ineens in de zijspiegel dat er een tractor aankomt. Ze gaat naar buiten en gebaart dat we hulp nodig hebben. Vier mannen rollen uit de tractor, en lachend bevestigen ze dat we inderdaad een probleem hebben. Het regent nog steeds en ze komen helpen de opties te bekijken. Eén van de mannen wijst dat we ±10 meter verder wel weer op het pad kunnen. Dat was mijn enige optie ook, maar te bang voor het zachte pad, maar met een tractor in de buurt is het prima.
Chris heeft de sleepkabel al in de armen. Ik start de auto en op het punt waar het gras verandert in een dikke plas stuur ik naar rechts over een richel keien en kom op het pad dat hier niet meer zo zacht is. De mannen stonden klaar om te duwen maar dat is niet nodig.
Kippenbouten in een rode saus
Chris stapt in en ook één van de mannen. Hij wijst waar ik het beste kan rijden, één keer door het gras waar weer zo’n zachte plek is. Na een tijd komen we bij een dorpje en ik zie een bord “verboden in te rijden van beide kanten” staan, maar dan de andere kant op natuurlijk. Bij die Karavanserai hebben we dus echt niet zo’n bord gezien. We zijn erg blij weer asfalt onder de wielen te hebben.
We brengen de man naar zijn dorp vlakbij Ibradi. In een volgend stadje zien we een restaurant. Wat een geluk! Maar er is niemand. Een man op straat haalt iemand op. Deze man neemt ons mee naar de keuken waar een pan staat met rode saus en kippenbouten. Prima! Hij laat even later ons een ui en een tomaat zien. Ja, salade, ook lekker! We krijgen een bordje met plakken tomaat en gesneden ui. De kip is ook heerlijk. Willen we cola drinken? Ja, goed! Hij gaat het even halen bij de buren en komt terug met fanta, de cola is op. We smullen en proberen daarbij niet in de placemats te kijken, er zit veel diepte in en daar zijn we nu even bang van.
De man is niet verlegen om een praatje, alleen is de vraag: waar gaat het over? Het enige wat ons wel duidelijk wordt is zijn leeftijd: 70 jaar! We betalen schandalig weinig: 15 lira inclusief fooi, schudden hem de hand en vertrekken.
We tanken ergens en maken een foto van een modderwiel, op het moment suprême niet aan gedacht.
Nooit meer enge weggetjes(?)
Als het donker wordt slaan we ergens een verstevigd pad in en vinden een naar omstandigheden prima plek, morgen zien we wel weer verder, het blijft maar regenen, we gaan om 20.15 slapen, nadat we elkaar hebben beloofd nooit meer een onverhard pad te nemen!?
30 april
Chris: Om 7.00 wakker, zon!!! We blijken op een best wel mooie plek te staan: een picknickplek in de bergen met houten zitvlonders en waterkraantjes.
Behalve de normale activiteiten maak ik mijn schoenen schoon in het natte gras en mijn sandalen onder een kraantje. Ton schrijft bij en vult bij (water). En hij vindt een spijker om het tweede stoeltje te repareren.
Om 9.30 weer op pad. Vandaag dus geen enge weggetjes! We blijken vlakbij Yarpuz overnacht te hebben en gaan de 1825 meter hoge Alacabelpas over. Er ligt hier nog sneeuw op de bergen. We slaan rechtsaf naar Bozkır, dit blijkt gelukkig een prima smalle asfaltweg die later heel breed wordt.
Nog voor Bozkır slaan we linksaf naar Harmanpınar want we willen naar de Mavi Boğaz (betekent letterlijk: blauwe keel). Via boerendorpjes, het is vrijdag, men hangt wat rond op straat, naar Balıklova aan het begin van de mooie kloof.
Een persoonlijke assistent
Na een hoop gedoe, waarbij ik met mijn A4-tje van google-earth foto’s van de “Blauwe Keel” een stomverbaasde dorpsbewoner blij heb gemaakt, waarbij we toch weer een eng glibberpad in gingen vlak naast een snel stromende rivier, waarbij we van een hardnekkig aanklampende man een uitnodiging om thee bij hem thuis te komen drinken zo netjes mogelijk afslaan en waarbij we door verschillende andere dorpen proberen een niet glibberende toegang tot de kloof te vinden, komen we uiteindelijk op de markt in Bozkır terecht.
In een postkantoor geven we onze zes ansichtkaarten af. We zien ook een slager, zullen we vanavond iets op de grill leggen? Dan kunnen we dat vermoeiende restaurantbezoek eens overslaan.
In een druk supermarktje krijg ik meteen een persoonlijke assistent die me helpt met zoeken en afrekenen, heel fijn! We weten zelfs weer uit deze wirwar te komen en vinden richting Avdan toch nog een stevige grintweg de kloof in.
We stoppen bij een loopbruggetje en een watervalletje. Schitterend zo’n kloof uitgesleten in de Anatolische hoogvlakte. Elektriciteitskabels lopen er overheen. Na een paar kilometer zien we een graafmachine de weg verbeteren, de chauffeur gebaart dat hij de weg wel even vrijmaakt zodat we erdoor kunnen, maar we gaan weer terug.
Via het tegen de heuvel geplakte Avdan weer verder door een mooi gebied, we hebben vandaag veel bijzondere dieren gezien: een sisel, een vos die met z’n mooie pluimstaart over de weg liep en zich neervlijde tegen een boomstam en heel veel verschillende (roof)vogels, dus Koninginnedag is voor ons dierendag geworden.
In de buurt van Çumra zien we een zigeunerkamp langs een vieze sloot waar om de 30 meter tegen een boom een klein tentje is gemaakt, waarschijnlijk de toiletten. Lees maar verder op pagina 10.