Albanië 2010

door Chris

Na een aantal keer op weg naar Griekenland door Albanië te zijn gereden, zijn we verliefd geworden op dit prachtige land met haar vriendelijke bewoners. Het hoofddoel van deze reis is dan ook Albanië en we zullen lekker lang en rustig door Albanië kunnen trekken. We bezoeken de familie die we tijdens vrij kamperen in de bergen bij Elbasan hebben leren kennen en waar we sindsdien nog twee keer op bezoek zijn geweest.

Korte routebeschrijving: Het toeristische gedeelte begint in het zuiden van Slovenië waar we een overwoekerd landgoed en een partizanen hoofdkwartier bezoeken. In Bosnië mogen we genieten van heldere rivieren en watervallen in de buurt van Mostar. Voorbij Trebinje gaan we de grens met Montenegro over en kamperen aan het mooie Nikšić meer en een dag later bij een brug met een springplateau in de buurt van Podgorica. In Albanië rijden we naar Komani waar we op een echt leuke camping staan, de volgende ochtend nemen we de boot voor een tocht langs Albanese fjorden. Een Franse vrouw gaat met ons mee naar de ongerepte Valbona vallei en in Kükes zien we haar weer.

Vervolgens via slechte bergwegen naar Peshkopi en dan naar de zee. We bezoeken de familie in de bergen bij Elbasan en daar is een pasgeboren baby! We verkennen de kust van Vlorë tot voorbij Sarande en vereren dit keer Butrint met een bezoek. Ook het beroemde “Blauwe Oog” en Gjirokastër zijn echte pareltjes. En dan de ontdekking van deze reis: een warme bron waar je in kunt zwemmen en waar verder niemand is! Via het Griekse deel van het Prespameer met een boottochtje naar een schitterende grotkerk, sluiten we dit vakantiejaar af waar we het in april dit jaar begonnen zijn: bij het spiegelmeer in de buurt van Belgrado.

Partizanen en een nieuwe wereldburger

3 september
Chris: Weer eens een ander begin: om 7.15 moet een rondje met de buurtbus gereden worden en het lijkt Ton wel eens leuk om mee te gaan. Helaas is de nieuwe bus stuk en moeten we de oude nemen, zonder klanten leggen we de route af. De aflos-chauffeur wenst ons een goede reis. We kopen nog even verse eieren bij een boerderij, hebben een afspraak op een parkeerplaats om zakken met kleding voor Albanië op te halen, koken de eieren en zijn klaar voor de reis!!

Om 9.30 rijden we onze woonplaats uit, we rijden dit keer ten oosten van het Ruhrgebied. Sjoerd, Ton’s zoon, die net naar Karlsruhe is verhuisd, verwacht ons pas rond 18.00 dus we doen een dutje in een bos, Nordhelle heet het hier. Ten noorden van Frankfurt tellen we 58 politiebusjes en ambulances die ons in kleine colonnes tegemoet komen. Zonder noemenswaardige files op onze weghelft bereiken we mooi op tijd de nieuwe woonplaats van Sjoerd en Anne. Het is heel gemakkelijk te vinden en Sjoerd is blij met de pindakaas, een eerste levensbehoefte.

Met een cabrio door de zwoele avond

Na een kopje thee op het balkon van het mooie en lichte appartement gaan we in zijn cabrio door de zwoele avond op zoek naar een leuke eettent.

Spätzles (gemaakt van eierdeeg) is hier de lokale specialiteit met verschillende sausen en vleessoorten. Sjoerd heeft weer veel wetenswaardigheden over zijn nieuwe leefomgeving opgeduikeld, o.a. waarom het hier zo zwoel is: het water van de Rijn verdampt en blijft hier in het dal hangen, soldaten werden hier vroeger gedrild voordat ze werden uitgezonden naar de tropen.

Karlsruhe is elke week wel een keer in het nieuws omdat hier het Hooggerechtshof is gevestigd. We lopen ook om het paleis van Karl-Wilhelm dat van boven lijkt op de zon met straten als stralen. Op het grote plein is net een bierfeest gaande. Als we uitgekeken zijn, brengt Sjoerd ons behendig terug en we gaan een slaapplekje zoeken in het bos. Dit wordt een carpoolplaats pal aan de snelweg. Desalniettemin slapen we heerlijk.

Hoogtepunt van de dag: voor het eerst in ons leven in een cabrio. Dieptepunt van de dag: we kunnen niet in een bos slapen. 635 kilometer gereden

4 september
De zon schijnt!

Na ons ochtendritueeltje met koffie en tandenpoetsen rijden we de snelweg op om na zo’n 100 km eens een bakkertje te zoeken, er zijn er wel zes! Bij MacDonalds plassen we en staren als camouflage nog even “geïnteresseerd” naar het menubord. Op de parkeerplaats eten we een broodje en we ontdekken dat ons geliefde busje na vier dure operaties alweer (of nog steeds) olie lekt.

De Oostenrijkse tunnels

Dan begint een moeizame rit door Zuid-Duitsland met ontzettend veel (korte) files. Bij München gaat het regenen. We gaan nog een paar keer van de snelweg af om files te vermijden, dat gaat niet sneller maar is wel leuker. Na 7,5 uur zijn we pas bij de grens met Salzburg. We tanken bij Hallein en eten een half haantje en ćevapčići bij een snacktentje.

De rit door Oostenrijk gaat dit keer verder snel hoewel er aan de andere kant in de enkelbuis-Tauerntunnel net een kopstaartbotsinkje heeft plaatsgevonden. Eén auto rijdt er omheen, terwijl onze kant heel druk is, iedereen remt en toetert. Het gevolg is dat we kilometers file zien want alle stoplichten aan de andere kant springen automatisch op rood.

Dan de Karawankentunnel nog door en aan de andere kant is het donker. We kopen een maandvignet voor 30 euro (twee keer een weekvignet van 15 euro kan ook maar dan hoeven we op de terugweg niet zo’n ding aan te schaffen en weer van het raam af te peuteren) en overnachten in het bos bij Begunje.

Hoogtepunt van de dag: de zon schijnt ‘s ochtends. Dieptepunt van de dag: olielekkage ontdekt. 707 kilometer gereden

5 september
Het is droog maar de regen drupt nog uit de bomen. Ton heeft een leuk idee, hij wil elke dag een foto maken vanuit het busje om te laten zien hoe wij wakker worden ‘s ochtends.

We bedenken dat we niet het busje speciaal voor de foto zullen neerzetten, maar hij mag wel kiezen uit welke kant hij de foto neemt, we hebben immers twee schuifdeuren. Klik hier voor de foto’s van de meeste andere dagen.

Gesnapt?

Als we bijna weg willen rijden komt er een auto aan met een boos kijkende mevrouw, erachter een auto met een man in boswachterskleren. “Oei, we zijn het haasje” denken we. De vrouw parkeert vlak naast ons en vraagt op boze toon iets in het Sloveens. We vragen of ze Engels spreekt. “Was machen Sie hier?” is haar reactie. Ton: “Nou, wir haben etwas gegessen” (“und Sex gehabt”, denkt Ton er lollig achter aan “und was machen Sie hier?”) Ze pakt een mandje en is waarschijnlijk opgelucht dat er voor haar nog voldoende cantharellen, truffels en andere paddo’s zullen zijn, want ze laat ons verder met rust. De man groet ons vriendelijk met de hand op zijn hart en we rijden weg.

Bij het waterkraantje bij kasteel Grad Kamen kunnen we meteen onze lege flessen bijvullen met badwater. Hier is net een dame met een stoere kuitbroek bezig haar koeien de berg op te drijven.

Mooi overwoekerd

Via een stukje snelweg en kleinere wegen met nette Sloveense huizen en tuinen gaan we in Soteska een “Manor” bekijken. Deze is gemakkelijk te vinden tegenover de brug over de Krka rivier en ooit gebouwd door graaf Gallenberg van 1664 tot 1689 op de resten van een 16e eeuws kasteel. Het is gebouwd in een regelmatige vierhoek met vier hoektorens en ligt er nu mooi overwoekerd bij.

De lokale bevolking had het als steengroeve in gebruik genomen toen de partizanen het in de herfst van 1943 in brand staken. Aan de overkant van de weg ligt achter een elegant poortje het tuinpaviljoen (Hudicev turn = duivelstoren, deze naam hebben de locals gegeven vanwege de zondige aristocratische feestjes gedurende de Rococo-tijd), deze toren heeft de vorm van een klavertje vier.

In het naastgelegen café drinken we koffie.

Een dikke 4 kilometer vanaf de brug over de Krka naar het zuiden slaan we in het gehucht Podturn rechtsaf de beboste heuvels in, we willen het partizanen hoofdkwartier Baza 20 bezoeken. Tussen april 1943 en december 1944 was dit het hoofdkwartier van de plaatselijke communistische partizanen en is nooit ontdekt door de vijand.

Partizanen hoofdkwartier

De brede asfaltweg komt na 7 kilometer uit op de parkeerplaats waar een student de ingang bewaakt, voor 2 euro p.p. krijgen we een Sloveense folder en mogen we een steil grindpad bestijgen (in een pot staan evt. wandelstokken klaar) en na 10 minuten bereiken we de eerste van de 26 barakken. Hier, in het hart van het verzet, zijn primitieve ziekenhuizen, slaapzalen, lesmogelijkheden (in de open lucht), opslagruimtes en drukpersbarakken te bezichtigen, alles in redelijk oorspronkelijke staat.

We zien ook oude deuren die ze ooit in het diepste geheim omhoog hebben gesleept uit de omliggende en verlaten dorpen. Op het hoogtepunt woonden hier 180 mensen.
Er zijn weinig andere toeristen, een paar Slovenen, het is zondag. Er is ook een café, een bunker en er zijn uiteraard veel wandelmogelijkheden.

We dalen af en bij een zwemplek in de Kupa, de grensrivier met Kroatië, is het net bewolkt, dus dat zwemmen slaan we maar even over. Via een toeristische route naar de grens, bij de tweede controle besluit ik maar om de zijdeur te openen i.p.v. de achterklep, zodat de douanier niet meteen met zijn neus in de drankflessen valt. Maar, ach, ze doen natuurlijk niet moeilijk als je de beerenburg de verkeerde kant op smokkelt.

Het Poppeslokje

We brengen zo’n twee uur op de snelweg door en bij Benkovac eraf voor “het poppeslokje” in Biograd bij Ger en Tanja voor hun baby Mara.

We schuiven meteen aan tafel met een stel Hollandse duikers en een Hongaarse instructeur. Met Mara in mijn armen probeer ik een ijskoude Karlovac te drinken maar dat valt niet mee: het is een beweeglijk meisje. Tanja is aardig oververmoeid aan het raken en Ger doet zijn best om in het drukke duikseizoen zijn steentje bij te dragen in het zorgen. We krijgen een heerlijke maaltijd van rijst met tomatensaus met kip en salade. Ger heeft een dure fles whisky gekregen en die moet Ton proeven… Helaas vind ik geen whiskyglas, slechts een bierpul dus dan weet je het wel. Op de buitenmuur zien we nog een heel interessant beest:

Hoogtepunt van de dag: baby Mara. Dieptepunt van de dag: weggestuurd door boze dame. 455 kilometer gereden

5 september
Het stortregent, later is het af en toe droog. We halen ontbijtspullen in de supermarkt om de hoek. De duikers zijn al weer op zee. Mara huilt en ik neem haar over zodat Tanja even haar handen vrij heeft. Ton zit ondertussen op internet en meldt dat Wilders de CDA een onbetrouwbare partij vindt zodat die hele shit-coalitie wordt afgeblazen. “Waar een Wilders is is geen weg”. Tanja zegt dat ze toch te weinig slaap heeft gehad om samen met ons en Mara Nationaal Park Krka te bezichtigen, dus we besluiten vandaag alweer verder te trekken.

Het regent niet meer, bij Split verdwijnen ook de laatste wolken, bij Ohra gaan we de grens met Bosnië over. Lees maar verder op pagina 2.

Dit vind je misschien ook leuk

Schrijf een reactie