Bafameer
Ton: We rijden door de winkelstraatjes van Çanakkale, de verplichte route als je van de boot komt. De weg richting Izmir is snel gevonden.
Na ongeveer 70 km komen we weer bij de kust en vinden een slecht pad naar beneden naar de zee, er staat een camping aangegeven. We zien diverse alternatieven voor als er geen plek is bij de zee. Aan het einde van de slechte weg is een asfaltweg! langs de zee. Alle campings hier zijn nog dicht, dus we gaan weer terug en vinden een leuke plek langs een beekje.
Er komt een vriendelijke man langs van een auto-ambulance, we krijgen z’n kaartje, altijd handig. Even later komt hij met de auto even zijn vrouw voorstellen en verdwijnt dan weer. Chris gaat op zoek naar mogelijk een beter plekje, hopelijk wat verder van de weg. We testen de mobieltjes, Chris vindt inderdaad een mooiere plek en Ton gaat rijden langs een nog slechter en erg smal pad. Ondertussen komt een auto bij Chris langs, ze houdt hem tegen met gebaren: grote auto, boem, dus wachten. Daar komt Ton gelukkig al aan. We installeren ons naast het pad.
Na een half uur komt er iemand aan lopen die (met behulp van ons woordenboek) zegt dat ie een paard gaat halen, nou, we wachten het af, Chris is al opzij gaan zitten met haar stoeltje, ik nog niet…
Chris: Ton zegt dat ze komen, hoor maar…, geratel over het pad…We gaan klaar staan met onze camera’s. Nou, weer niks, die beek ratelt dus.
Een enorm strand
We maken een mooie stenenstapel, om de beurt een steen. Het is ’s avonds alweer snel koud na zonsondergang dus weer vroeg slapen. We bedenken een nieuw ritme: zodra het licht is gaan we rijden en dan zoeken we ’s middags een warme plek aan ’t strand en dan evt. nog een stukje rijden.
16 april
Het is niet koud, de zon is al een tijdje op maar piept nog niet over de heuvel. Als ik het gastankje pak voor de koffie komen er vier mannen aan op elk een paardje met daarachter elk een paardje met een ploeg en andere spullen. We groeten elkaar hartelijk.
In de eerste grote stad doen we wat boodschappen. De doorgaande wegen in Turkije zijn in het algemeen breed met weinig maar rommelig verkeer.
In Ayvalık gaan we van de “snelweg” af en vinden een plek aan een groot maar ook wat vies (veel afval) zandstrand. We eten een broodje hagelslag en warmen ons op in de zon, moed verzamelen om de zee in te gaan. Aan de overkant ligt het grote Griekse eiland Lesbos. Gelukkig is het water al minder koud dan op de zwemplek in Griekenland, nog even lekker opwarmen in de zon.
Verderop is een soort vogelobservatiepost, we zien flamingo’s op een binnenmeer en wandelen langs steile rotsen langs de zee met vele vogels en bloemen.
In het stadje bestellen we heerlijke schotels met gebakken lever en aubergine. Wel vragen we nu steeds eerst hoeveel lira het gaat kosten en dan is het twee keer zo goedkoop.
Het strandje naast Selene-restaurant
We rijden nog een paar uurtjes tot aan het Bafameer. Bij Izmir begint trouwens een echte snelweg en dan gaat het gedurende 100 km wel even heel erg snel. We moeten ook tol betalen, 7 lira, en 3 lira voor een pasje, zou handig moeten zijn voor als je nog eens op een snelweg komt…
Bij het Bafameer alweer honger en we strijken neer bij een mooi gelegen restaurant aan het water.
De mussen en de duiven gaan hier gewoon in je broodschaal zitten eten! De zon gaat bijna onder maar het is nog lekker warm.
Nog een klein stukje rijden en dan zoeken we bij het dorp Kapıkırı (de ı’s in dit woord spreek je in het Turks uit als de u van “put”) aan het meer een plekje. Het wordt een strandje naast Selene-restaurant waar ook al een Nederlandse camper staat. Er zijn douches en toiletten onder het restaurant en we vragen de eigenaar Güray of we daar gebruik van mogen maken. Het kost 5 lira en evt. nog eens 5 lira als we elektriciteit willen. We maken even kennis met onze Nederlandse buren en zij blijken ook echte wildkampeerders. Na een koud biertje bij het busje gaan we nog even chillen op het terras van het restaurant en Güray geeft ons interessante (foto)boeken om in te zien.
Het is voor het eerst niet koud ’s avonds en we gaan “pas” om 23.00 naar bed. Op de terugweg stap ik in het donker op een dikke pad, oh, wat zielig.
De oude stad Heraklia
17 april
Om 8.00 is het alweer heerlijk warm. Gisteren in het donker aangekomen en het uitzicht is echt een enorme verrassing:
Als Ton ook goed wakker is gaan we ontbijten: 3 spiegeleieren, olijven, kaas, tomaten, komkommer, honing, tsjay en brood. We zien af en toe een groep binnenlandse toeristen het strand innemen en op het pad langs het meer naar de akkers zien we steeds boeren en boerinnen met hun vee lopen. Ik koop bij de vrouw van Güray nog wat fleurig handwerk.
We gaan de omgeving verkennen. Hier zijn de resten van de oude stad Heraklia, die vroeger aan zee lag, de verbinding met de zee is langzaam dichtgeslibd. Het leuke is dat de oude resten gewoon tussen de huizen liggen en koeien grazen erop.
Al gauw zien we twee aardige Turkse vrouwen die ons de mooiste plekjes wijzen o.a. antieke toiletten, dus dat is heel leuk.
In de schaduw komen de rugzakken open en we kopen wat mooi huisvlijt ter ondersteuning van de lokale economie.
Op de terugweg proberen ze nog of we een excursie, een pot honing of een maaltijd nodig hebben.
We zetten het busje aan de andere kant van Selene restaurant in de schaduw en gaan lezen, puzzelen, boekje bijwerken en na een tijdje alweer trek: we eten köfte en vis bij onze vriend. Biertje erbij en dan weer relaxen op de lommerrijke plek. Twee mannen werken met een slijp-apparaat aan een boot, een parasol maakt het werk iets dragelijker. Twee jongetjes voetballen vlak voor ons, ze zijn voor Fenerbahce. Achter ons is een puberfeestje gaande met een barbecue en muziek.
Een feestje op een rots
Verder zie ik het eiland met de resten van een Byzantijns klooster gebouwd op de oude stenen van het antieke Heraklion wat gebouwd is op de ronde vreemd gevormde rotsen van gneis. Op die muren zie ik witte reigers, bruine vogels en geiten. Het is hier werkelijk prachtig!
We zwemmen naar het eiland, het water is niet echt koud, een vrouw van het terras zwemt met ons mee.
De pubers worden (uiteraard) steeds luidruchtiger met hun muziek en een gitaar, ze schoppen (zacht) een puppy omdat die hun eten steelt, verder zijn ze heel beleefd en zelfs een beetje aangepast.
We halen nog een biertje op de pof en babbelen met een Frans gezin dat acht maanden door het Middellandse Zee-gebied reist met drie kinderen waarvan 1 baby-meisje.
’s Avonds eten we groentegerechtjes en kip bij Güray en z’n familie en dan belanden we nog op een feest met een dronken sas-speler en een vriendengroep op een terrasje hoog op de rotsen.
Het is een gezellig zooitje, we zingen oude melancholische liederen, we dansen, om 12.00 uur blijkt er iemand jarig en wordt er taart geserveerd. Om 1.00 rollen we het busje in.
18 april
We worden een beetje brak wakker en ontbijten weer bij Güray, rekeningen betalen, kopjes afwassen en een koude douche en dan zijn we weer mans genoeg om ons te verplaatsen. Lees maar verder op pagina 4.