Kamperen tussen de oudheden
Chris: Een activiteit voor matig weer is Kayaköy bezichtigen, de in 1923 door zo’n 3500 Grieken verlaten spookstad, of beter gezegd: geruild tegen moslims uit Griekenland.
Door Fethiye en het toeristische gedrocht Hisarönü komen we er en moeten 8 lira p.p. betalen. Iemand geeft ons een plattegrondje maar verwacht wel dat je dan een souvenir uitzoekt, Ton plast voor 1 lira in een gore wc, een zielig gezicht bij het volgende kraampje doorstaan we dapper.
We bekijken het stadje dat uit zo’n 400 huizen, kerken en kapelletjes bestaat en net als er een buitje losbarst zitten we in de kerk, het dak is nog heel. We lopen een rondje, sommige huizen lijken nog bewoond.
Snorkelen: twintig gepen!
Dan rijden we de weg verder af en komen na ongeveer 7 km bij Gemiler, een leuk en rustig strand.
Eerst maar even zwemmen want de zon schijnt nu volop. De duikmaskers op en we zien meteen een kudde gepen, het zijn er meer dan twintig!
Helemaal fris gaan we op een terrasje zitten waar, vanwege het slechte weer in de ochtend, een stinkerig houtvuurtje brandt onder het afdak. De pancakes met kaas en kruiden zijn verrukkelijk en het uitzicht ook! Later leren we dat deze pannenkoeken gözleme heten.
We rijden terug en dan via een brede steile weg naar Ölüdeniz, het water van de lagune kunnen we niet bereiken, veel privébezit.
Ton: Aan de andere kant vinden we de weg naar Butterfly Valley, we komen eerst langs een gigantisch resort.
Na een paar kilometer de hoogte in komen we bij een rand van de weg met uitzicht op het strand van de Vlindervallei in de diepte.
We rijden hier nog wat verder op zoek naar nog mooier uitzicht en evt. een doorgang langs de kust naar het zuiden, vinden we niet. In een dorp hoog boven Kabak vallei kopen we brood uit de “diepvries”, een Turks woord! We rijden weer terug via Ölüdeniz en dan richting Antalya.
Langs de grote weg, vlak voor de afslag naar Elmali, stoppen we bij een restaurant. Pa, moe, zoon, handen schudden, soep, kebab, pilav en salade.
Op een schapje staan om en om flessen frisdrank en rollen wc-papier. De pilav is heerlijk, met water en olie bereid. Het regent. Pa en zoon rennen om alle kussens van buiten naar binnen te brengen. Na het afscheid van deze hartelijke familie gaan we door naar Pinara.
Kamperen met zicht op het amfitheater van Pinara
Het is een cultuur-terrein, dus met kassa, maar er is niemand. We rijden door en vinden al snel een plek tussen ruïnes en het amfitheater. Het is een prima plek, recht en op het gras, iets van de weg af, en met een uitzicht!




We bekijken eerst het amfitheater, prachtig, één muur valt bijna om. In de verte roept een herder. Er zijn twee bange honden die ons volgen, je hoeft maar te bukken om te doen alsof je een steen opraapt en ze stuiven weg. In de verte zien we heel veel rotsgraven sommige met driehoekig fronton.
De natuur is hier prachtig, in de verte zien we bergen met sneeuwtoppen, er stroomt een beekje, er zijn vogels en oleanders, later op de avond roept een oehoe. Als de zon weg is wordt het snel erg koud, we drinken een borrel en gaan op tijd het bed in. Wat was dit een mooie dag!
22 april
We zijn al vroeg foto’s aan het maken van de mooie plekken overal om ons heen. Om 9 uur volgen we het onverharde pad met haarspelden de bergen in. Het uitzicht wordt schitterend, we gaan hoger en hoger, het pad blijft rommeldebommel.
We rijden aan de zuidkant van de 1968 meter hoge Baba Dağı richting zee en Karaağaç. Het uitzicht verandert diverse keren, eerst een groots uitzicht op dal en bergen, dan volgen we een riviertje door een kloof met marmeren rotsen, dan door een bos. Het is lastig kiezen welke kant we op moeten bij de enkele kruising die we tegen komen. Gelukkig loopt er net een man met een geweer die aangeeft dat we verkeerd hebben gekozen: niet richting Koeiekak o.i.d. maar naar links bij een bron. We komen over een hoogvlakte met enkele huizen en wat vee, we zien niemand.
Prachtig Sidyma
Bij een begraafplaats kijken we even rond.
Nog een pasje en dan hoog boven de zee, na ongeveer 16 kilometer is de weg weer geasfalteerd en staan er bordjes die de weg wijzen naar Sidyma.
Daar aangekomen stopt de weg en een oude man wijst waar we in de schaduw kunnen parkeren. We schudden handen en hij wijst ons de weg naar zijn huis, waar zijn dochter(?) ons in het Engels vraagt of we thee willen als we terugkomen. De oude man is onze gids en laat ons de mooiste oudheden zien die verspreid liggen in zijn dorp en tussen de akkers.
Na ongeveer een half uur/drie kwartier lopen, het is erg heet, krijgen we thee in zijn tuin.
Chris: De Imam van het dorp komt bij ons zitten en vertelt ons zijn levensverhaal: hij heeft zoölogie gestudeerd in Ankara, is vier jaar vrachtwagenchauffeur geweest en is nu Imam, eerst in Izmir en nu al twintig jaar hier.
Zwemmen bij Patara
We vertrekken weer en moeten onze gids die net zijn neus met zijn hand heeft gesnoten, natuurlijk een beleefde hand geven. Een uur later voel ik me nog vies want deze man hoest, boert en rochelt dat het een lieve lust is. Dus plompen we bij Patara in de zee.
Het duurt even voordat het diep wordt maar dan heb je ook wat: heerlijk zachte zandbodem met hoge golven. Drie Japanse toeristen vinden ons erg stoer en gaan ook een beetje spetteren in het water. We kleden ons weer om in het busje en zien een Turks olieworstel-gevecht, een oefenduelletje.
We rijden door de kassenvlakte van Kumluova en moeten drie keer de weg vragen. In Kınık zijn we vlakbij de grote weg en zien we een restaurant naast de plaatselijke kermis, een bootattractie start net met keiharde muziek, of we ook mee willen… Het roestige ding piept verschrikkelijk. Echt niet!
Het eten is al klaar en gaat nog even in de magnetron: kip met heerlijke aubergine en slappe patatten, We vragen de “hesap”, volgens Chris gewoon de rekening, en de kok komt vragen wat er is??? Spreken we iets verkeerd uit of betekent hesap toch iets anders? Verwarring alom. Nou, het was erg goed maar we willen graag betalen. Het kost nog geen 9 euro. Lees maar verder op pagina 6.