Terug naar Griekenland
4 mei
Chris: We beginnen aan de terugreis, het verste punt is behaald. Na nog een warme zwempartij en een douche die nu ook warm is, nemen we afscheid. Vandaag proberen we voorbij Ankara te komen.
Ergens aan de “snelweg” gaan we eten, er is ook een straal water. Een kleine man met gele laarzen die grappig loopt, begint ons busje te poetsen met een bezem, we steken onze duimen omhoog.
Ondertussen trekt de ober ergens een deurtje open en laat ons een enorm overdekt warm zwembad zien met tafeltjes er omheen, of we misschien bij het zwembad willen eten? We kiezen toch voor buiten, het is daarbinnen erg benauwd. Maar het is toch helemaal geweldig als je even in een warm bad kunt zwemmen en je auto wordt gewassen tijdens het klaarmaken van je dagelijkse maal?
Voor Ankara zien we een huis midden op de weg staan:
We rijden om Ankara heen over een rustige rondweg, in de verte zien we in een groot dal af en toe een glimp van de stad waar ongeveer 4 van de 71 miljoen Turken wonen, langs de rondweg veel Vinex-wijken.
Dan nemen we de eerste afslag na Ankara om een overnachtingsplek te vinden, we rijden langs een omheinde picknickplek met barbecues en speeltoestellen aan een riviertje. We vinden een redelijk plekje maar het waait wat en er is weinig beschutting. Toch nog even verderop kijken, eerst over een bijzondere brug:
We rijden een paar kilometer een kloof in tot de weg uiteindelijk doodloopt bij een hek. Iets terug zetten we de bus neer.
Een kampvuur en een eigen bronnetje
Het blijkt na een aarzelend begin toch wel een superplek: aarzelend omdat het beekje te vies is om in te zwemmen, super vanwege een beschutte vuurplaats, voldoende hout en een eigen bronnetje. Het busje staat vlakbij op de steenslagweg en het uitzicht is weer grandioos.
Eén keer komt er een auto voorbij met drie mannen, ze gaan weer terug omdat wij hun favoriete chillplek bezetten. Denken we. Er volgt een relaxte avond bij een lekker heet kampvuur.
5 mei
Bevrijdingsdag en Luca is jarig! De thermometer hangt aan mijn kant: het is 12,3°C. Hieruit leid ik af, rekening houdend met de hoogte van de bergen rondom ons en de vermoedde plaats van zonsopkomst dat het ongeveer 7.30 moet zijn. Ton kijkt op het horloge dat aan zijn kant hangt en inderdaad: precies 7.30!! We worden al echte natuurmensen, dat horloge kan wel weg.
Koffie drinken in de zon, ontbijten met vers gekookte eieren in de zon, ons opfrissen in de zon en het plekje bedanken in de zon, wat een heerlijk relaxte ochtend weer.
Eerst rijden we via mooie steenslagweggetjes langs de snelweg en een hoog gelegen stuwmeer naar de volgende opgang van de snelweg.
De snelweg gaat al gauw over een 1580 meter hoge pas. Vrachtwagens kruipen omhoog. De snelwegpassen in de Alpen zijn doorgaans niet hoger dan zo’n 1000 meter. We plassen ergens bij een benzinepomp, gratis en zeer schoon. Hier kan Nederland een puntje aan zuigen, we hebben nog bijna geen vies toilet gezien aan de snelweg in Turkije.
“Klein Pamukkale”
Voorbij Bolu gaan we van de snelweg af om “Klein Pamukkale” te bekijken: bij Akkayalar stroomt warm water over de rotsen en laat witte (en roze, blauwe en groene) afzettingen achter.
Alweer een picknickplek erbij maar geen toeristische geldverdieners. Ton glijdt ontzettend leuk uit in de modder en ik krijg de slappe lach. Gelukkig voor hem is vlakbij een koude waterspuit die nogal wisselend water produceert, maar Ton weet z’n korte broek verder droog te houden.
In een dorpje eten we lasagne-achtige Beyti kebab en pittige Adana kebab in een tuin. Bij Düzce slaan we af naar de Zwarte Zee. Daar is het koud en winderig dus we duiken het binnenland weer in om bij een riviertje een overnachtingsplek te scoren. Na vijf pogingen lukt dat al!
Ze zijn hier net met de weg bezig en een paar jongens joelen vanaf een heuvel. Als ze wegrijden op een tractor zien we pas waar ze zijn. We bellen met Marianne en Luca, vorig jaar vierden we zijn verjaardag op de camping bij Dubrovnik.
Ton: We wandelen langs het pad, op zoek naar de weg de berg op waar de joelende jongelui waren. We zien meertjes en een versleten grote machine die daar staat te roesten. We gaan over een eng wiebelbruggetje over de rivier.
Chris: Een tweede wandeling (het is koud) voert ons langs een steil tractorpad met diepe gleuven omhoog, hier zaten de jongelui. We lopen in één keer zonder uit te puffen omhoog, wat een conditie gekregen hier in Turkije!
De blauwe lichtjes
Nadat we weer zijn afgekoeld gaan we in het donker in bed raadspelletjes doen waarbij we soms vreselijk moeten lachen. Als ik in m’n blootje even snel buiten wil plassen zie ik bij de rivier een dansend blauw lichtje, verrek, daar loopt iemand! Ik hou het nog maar even in. We gluren door het achterraam. “Hij komt hier naar toe!”, sist Ton en we houden ons muisstil, we zien de zaklamp even over het busje glijden. Dan loopt hij verder en we gluren door het voorraamgordijntje, hij gaat in een auto zitten en rijdt langzaam weg. Door al ons gekeet hebben we niet gehoord dat daar een auto was gestopt.
We gaan weer verder met lachen en lawaai maken. Plots horen we stemmen. Het hele gluurtafereel, angstig fluisteren en lacherig zo nonchalant mogelijk met elkaar praten, herhaalt zich. Dan zien we hen ook weer met een blauw lichtje verdwijnen op een tractor. Zijn het vissers geweest? Geen idee, maar we gaan lekker slapen…. Oh ja, ondertussen heb ik met de trechter in de fles geplast.
6 mei
Het is bewolkt, we kijken nog even bij de Zwarte Zee maar het is toch net te koud om te zwemmen. Het water is trouwens een heel klein beetje zout.
We besluiten naar Istanbul te rijden, Ton wil de Aya Sofia zien en ik de Galatabrug.
Honderd kilometer voor Istanbul eten we een kaasflap en kijken naar een grote groep Japanners, waarom maken ze zoveel foto’s bij een benzinepomp???
Over de Bosporus
Meteen daarna beginnen de voorsteden van Istanbul, we komen in diverse files terecht, gelukkig bieden veel straatverkopers op de snelweg water en voedsel aan. We missen een afslag naar Edirne en komen daardoor over de meest zuidelijke brug over de Bosporus, zien het niet zitten Istanbul ook nog eens in te gaan.
Na nog eens 100 km na de Bosporusbrug is de bebouwing en de drukte eindelijk voorbij. We rijden langs de kust naar Tekirdağ, hier waren we al eens in 2004. Langs de weg een snelle hap met een linzensoepje vooraf en bij het weggaan snap ik waarom een Turkse familie oma in de auto heeft achtergelaten. Ze is zo dement als een deur en moet verschrikkelijk lachen als ik de zijdeur van het busje dichtklap.
Een lange, rechte en slechte weg (de linker baan is beter) brengt ons naar Keşan en dan is ons Turkije-rondje compleet.
Proeven van de herders
We gaan weer naar de vrijkampeerplek op het strand waar we de rivier hebben verlegd.
Na een koud biertje gaan we kijken: het stuk wat we hebben veranderd klopt met wat wij ons ervan hadden voorgesteld, maar we zijn totaal verbaasd over het verdere verloop: de rivier komt nu op een heel andere plek uit in zee!! Daar waar hij vier weken geleden in de zee stroomde, heeft het strand zich weer gevormd en is er niets meer van te zien dat er hier ooit een rivier uitmondde. Zo zie je maar dat de natuur toch altijd z’n eigen gang gaat.
We gaan hout zoeken, een tractor is nog bezig in de schemering. Op het strand in de luwte van de rotsen bouwen we in een uitholling een mooi vuur van heel weinig hout, er ligt hier bijna niks.
7 mei
Er zijn achter de rotsen veel kleine strandjes door het water te bereiken. We zien de eerste keer geen vis en bij de tweede poging heel veel!
Na het omkleden komt er een kudde geiten aan begeleid door twee herders en veel honden. De ene herder hebben we de vorige keer hier ook gezien, hij kwam toen van de andere kant. Hij herkent ons ook en we praten wat, de andere wil wel een kop nescafé met zes scheppen suiker. We krijgen brood, kaas, worst om te proeven, we geven hen brood met pindakaas om te proeven. Sommige geiten lopen mank, gebroken poten volgens onze vriend.
Zeven dagen per week en elke dag van het jaar
Hij heeft allemaal plastic bakjes bij zich met etenswaar en roerei, met z’n onhygiënische maar oersterke geitenmelkhanden pakt hij stukjes eruit die hij ons wil laten proeven. De man zit vol energie en vertelt over z’n dagelijkse leven: elke ochtend en elke avond moet hij z’n 70 geiten melken en overdag met die geiten lopen en dan ’s avonds, hij kijkt nu echt heel erg gelukkig, ’s avonds lekker slapen. En dat zeven dagen per week en elke dag van het jaar, denken wij er achteraan… Wat geweldig dat deze man zo vrolijk is, z’n gymschoenen zijn meer gat dan schoen en zijn ongelofelijke gastvrijheid verwarmt onze harten. De andere man ziet er ietwat simpel uit en wordt prompt tot “toerist” gebombardeerd als hij lekker in onze zetel aan de koffie zit.
Dan gaan ze weer verder, de geiten hebben even uitgerust op het strand en moeten nu de rivier over. De herders op blote voeten, aan de overkant de gatenschoenen weer aan, lekker luchtig! Het duurt wel even voordat de twee kudde’s erover heen zijn en daar liggen de mannen alweer in het gras.
We breken op en twijfelen of we nog een stukje Turkse kust gaan verkennen of toch maar eerst de grens over en dan hetzelfde doen aan de Griekse kant. Voor de zoveelste keer haal ik weer eens een overstekende schildpad voor de auto vandaan.
Eerst die grens maar, dan hebben we dat tenminste weer gehad. Vlak voor de grens nuttigen we onze laatste köfte en ook een gerechtje met worst, augurk, kaas en olijven. De grens gaat razendsnel, binnen 15 minuten zijn we erover! Lees maar verder op pagina 14.