Eeuwige vlammen tussen Kaş en Antalya
Chris: In Myra ( = Demre) fotograferen we Sinterklaas, we zien hier veel Russische letters op de gevels.
We eten een snel hapje kip en gaan door naar Cirali waar we aan de uiterste noordoostpunt van het grote strand weer tussen de Turkse picknickers terecht komen.
We wachten even op een voetbalveldje tot we kunnen kiezen uit de mooiste plekjes en zetten de bus met de kont in een boomstruik:
Verderop staan zes campers op een kluitje bij elkaar onder de bomen, één heeft zelfs een droogmolen neergezet en een scooter en een satelietschotel! Worden wij later ook zo?? Nee!!!
Er ontstaat een heel bijzondere kring om de maan, Ton noemt het een regenboog om de maan.
Ton: We gaan op tijd slapen want we willen morgen vroeg op: naar de vlammetjes klimmen in de ochtendkoelte.
26 april
Om 6.20 wordt Chris wakker en wekt me met vers gezette koffie. Een uur later zijn we op weg naar eeuwige vlammen, ze branden al 3 miljoen jaar op methaangas dat spontaan ontbrandt bij lage temperatuur als het in aanraking komt met zuurstof. Vanaf de parkeerplaats passeren we een slaperige kaartjesverkoper (“tickets later”). We klimmen het pad op, het is slechts 1 km lang maar het gaat wel flink omhoog, gelukkig geen 500 meter hoogteverschil (zoals Chris ergens had gelezen) maar slechts 150 meter. Na zes keer stoppen om onze hartslag te laten zakken, komen we bij de vlammen. Onvoorstelbaar! Uit diverse gaten komen de vlammen naar buiten.
Een kudde geiten komt langs en de brutaalsten gooien de vuilnisbakken om op zoek naar eten, ze maken er een rotzooi van. Op de terugweg komen we diverse mensen tegen, o.a. drie mannen die, zwaar bepakt en zwaar zwetend, de ruim 500 kilometer lange “Lycian Way” lopen, van Ölüdeniz naar Antalya.
Hee, wat een raar geluid?
Terug op het strand waar we willen zwemmen worden we eerst door twee vissers gevraagd of we willen helpen hun bootje naar de zee te duwen. Poeh, dat is zwaar door het rulle zand. Ik ga nog een keer verderop snorkelen om te kijken of een eiland wel of niet vastzit aan ’t land. Net niet.
Heerlijk fris gaan we weer op pad.
Chris: In Ulupinar gaan we lunchen. We zitten tussen kleine aquaria met zielig zwemmende en vechtende vissen, overal het geraas van stromend water. In de zomer is dat vast heel fijn, wij moeten er van plassen.
Phaselis is volgens de Trottergids de meest “schattige” opgraving. We lopen voor het bedrag van 8 lira p.p. wat verdwaasd rond tussen groepen mensen met plastic gele armbandjes om hun pols.
We vinden er niet veel aan en snorkelen lijkt ons hier ook niet leuk, veel te ondiep.
De volgende bezienswaardigheid, met een kabelbaantje de 2366 metr hoge Tahtali berg op, slaan we ook over uit angst voor nog meer hordes toeristen.
Jammer eigenlijk, want het is helder weer, het uitzicht moet schitterend zijn.
Op een mogelijk overnachtingsstrandje is het ons te druk, veel mensen vinden het dus geen enkel probleem dat er een beek over de toegangsweg stroomt:
Laten we dan eerst maar door Antalya rijden en daarna een plek zoeken. Hee, wat een raar geluid? De uitlaat die al een tijdje rammelt zit nu los en er zit een gat bij een verbindingsstuk. We rijden een parallelweg op langs de snelweg en gaan op zoek naar een garage. Na vier keer vragen en gebarentaal opvolgend belanden we in een “garagegebied”.
Kwestie van vertrouwen
We volgen nauwkeurig alle aanwijzingen op , rijden met een garageman achter het stuur wat rond, plegen telefoontjes in het Duits en Engels, drinken thee op twee plastic stoelen en zien dan ons busje verdwijnen met alles erin.
Kwestie van vertrouwen, geen zorgen, zeggen we tegen elkaar, maar met alleen een fotocamera voelen we ons net zwervers als we even een rondje gaan lopen. Plots ook geen last meer van opdringerige verkopers.
Dan zien we ons busje rijden! Zonder raar geluid! Snel terug naar de garage, de uitlaat is gelast en het kost 100 lira (50 euro), we pakken de portemonnee uit de auto en geven het. Ze kijken elkaar lachend aan en verkneukelen zich, zo dat was snel verdiend. Maar wij zijn ook blij! Binnen een uur verlaten we Antalya zonder knalpotgeraas!
Het zoeken van een overnachtingsplek gaat moeizaam, uiteindelijk een heel mooie plek in een bos met uitzicht op twee lege betonnen appartementenkolossen vlakbij de rotsachtige kust. Vanavond een vuurtje?
Jazeker, een prachtig beschaafd houtvuurtje beheerd door mij met een schattig klein pookje, want er is niet veel hout. Ton heeft nog met de knipschaar dode takken uit de bomen geknipt. Gortdroge dennennaalden maken het vuur snel aan. Het is praktisch windstil maar we gooien als we gaan slapen toch water over het vuur, het bos ziet er erg droog uit. De hele avond horen we jongelui in de betonnen bouwsels zich vermaken, we zien ze niet. ’s Nachts horen we de Imam wel tien minuten lang zingen, zou er een bijzondere feestdag/nacht zijn?
Grote schoonmaak
27 april
Het is wat bewolkt, vannacht een paar kleine buitjes gehoord. We mogen vandaag ons bed verschonen, want we zijn op de helft van de vakantie. We maken er meteen een hele toestand van: beddengoed luchten in de struiken, koffie- en ontbijtbak schoonmaken en alle dingen afwassen met een heus sopje. Dan gaan we ons opfrissen in de zee, zwemmen is er niet echt bij vanwege de vele rotsen op het ondiepe strand. Bij de auto nog wat zoet water over ons heen want we willen niet meteen de lakens plakkerig hebben van het zout.
Ton: We maken bijna al ons badwater op, dan maken we ons bed weer op, heerlijk fris. Voor we gingen zwemmen heeft Chris een fotoshoot gemaakt van een schildpad.
We bedanken het plekje en gaan weer op pad. Na ±200 meter is er een lastige blubberige doorgang, maar altijd beter dan de route die we gisteren namen om hier te komen. We snoeien wat takken weg om er langs te kunnen rijden.
In Denizkent kopen we 12 liter water, vier cola en vier bier. We rijden plots op een asfaltweg, blijkbaar aangelegd voor een belachelijk resort, waar we één man zien golven. Via de grote weg gaan we eerst even terug naar Serik om te pinnen, want we willen de bergen in. Het Selgedal om precies te zijn. Lees maar verder op pagina 8.