Home ReisverhalenBalkan, westelijk Slovenië en Kroatië 2009

Slovenië en Kroatië 2009

door Chris

Kroatië: in de buurt van Senj

De Kroatische grens is zo gepiept, we pauzeren nog ergens bij een waterkraantje. Dan rijden we op goed geluk een bosweg in, rijden langs flinke boomstammen die kriskras op de hellingen liggen en bijbehorende machines, kilometers verder vinden we op een bergkam een zonnige plek. Voldoende wandelmogelijkheden hier.

’s Avonds wandelen we vooral om warm te worden ondanks vier lagen kleding, het koelt ’s nachts af tot 10,8 °C in het busje.

18 juni
We worden gewekt door vrachtwagens met grote karren voor de boomstammen, die op de houtkapplek aan het begin van het weggetje wel enige tijd de doorgang zullen blokkeren, dus we kiezen voor de route waar de auto’s vandaan kwamen, zo kom je kennelijk ook weer in de bewoonde wereld. De eerste kilometer is er geen enkele mogelijkheid om wat dan ook te laten passeren dus we hopen dat er niet nog meer vrachtwagens ons tegemoet komen en we hebben geluk.

Het is zonnig met een strakblauwe hemel, waarom gingen die koekoeken dan zo tekeer gisteravond? We houden het erop dat ze zich laten horen als er een overgang van luchtdruk is, in dit geval dus van koud naar heet weer.
Na een paar afslagen vragen we een tegemoetkomende man in een jeep welke richting we op moeten naar Rijeka. Hij kijkt wat meewarig met zijn schele ogen (het is ook een vreemde vraag op deze plek) en wijst terug. Even later stopt hij nog om ons de weg te wijzen. We rijden verder door prachtige groene weiden, bossen, dorpjes met bloemenhuizen en overal houtstapels.
Dan zien we van bovenaf de imposante brug naar het eiland Krk.

De camping van Josip

Via de kustweg tot even voorbij Senj alwaar we een idyllische baai weten, waar een kleine camping is. Er zijn geen andere gasten en de toegang tot het grasveldje is geblokkeerd. De Duits sprekende eigenaar (Josip) vertelt ons dat we wel kunnen kamperen, alles functioneert, maar er kunnen geen auto’s meer beneden staan. Via een mooie trap kunnen we nog wel bij het strandje komen.

We gaan eerst maar eens heerlijk zwemmen in het ijskoude water. Er is hier een bron van koud zoet water uit het Velebit-gebergte, die hier in de zee uit komt.

Tijdens het snorkelen zien we ontzettend veel verschillende vissen, schitterend! Er zit een Italiaanse familie met twee meisjes op het strand, verder is er niemand. De kustweg loopt redelijk hoog langs de rotsen, dus dat is niet echt irritant. We gaan op de camping in de schaduw zitten met een koud biertje.

Net gekocht bij een bezinepomp waar ik bijna opgelicht werd: het kostte 356 kuna, ik gaf 400, eerst vraagt hij 6 kuna erbij en als ik dat zoek heeft hij plots een briefje van 200 en een briefje van 20 in zijn handen en hij vraagt er nog eens 130 bij, terwijl ik nog 50 terug moet hebben! (verschil zo’n 30 euro) Als ik heel stellig zeg dat ik hem 400 heb gegeven, vraagt hij er nog 50 bij!

Ik trap er niet in!

Op dat moment weet ik dus helemaal zeker dat ik goed zit en ook de kleur van dat biljet van 20 is heel anders. Dus ik herhaal nog eens dat ik hem net 400 heb gegeven. “Oh, ja” zegt hij heel onnozel en ik krijg 50 kuna terug. Ik ben behoorlijk boos! Ton geeft me het advies om in het vervolg duidelijk het bedrag te noemen wat je geeft, ik hoop dat ik er aan zal denken! Nu eerst maar eens genieten van dat koude biertje onder de vijgenboom!

En dan een siësta in het busje met prachtig uitzicht, het is gewoon jammer dat mijn ogen dichtvallen. Het is ondertussen 33°C.

Weer beneden bij Ton blijkt er een tentje opgezet op “ons” plekje, Ton was net even zwemmen! Het blijkt voor de zoon van de campingbaas. Het is geen probleem, ze proppen er nog even wat luchtbedden in en wij kunnen blijven zitten. Het is nog net zo’n druk baasje als voorheen, die campingmeneer. We besluiten te blijven, we mogen boven wel slapen in het busje. Ik breng de paspoorten naar de “receptie” en haal de tekentang uit het busje, alweer drie teken te verwijderen en gisteren ook al een paar!

We eten bonenprutje van “gold oak” met kant en klare rijst, we hebben gedronken en kunnen dus niet naar Senj en er is hier verder niets. Ton wast de borden af, alles op deze camping is nog precies zo (knullig) als 10 jaar geleden. We maken nog een paar keer een praatje met jongelui uit Litouwen, de enige andere campinggasten (de Italiaanse familie zit in een appartement).

Een enorme zeebaars

’s Avonds als de hete zon achter de berg is wandelen we naar het kleine strand voorbij de huisjes, het pad dat vanaf hier de kustlijn volgde is helaas overwoekert.

We lopen dan maar omhoog naar de weg, als je hier ook heen wil dan moet je ongeveer 1 km voorbij Senj hier afslaan:

We zitten nog een hele tijd te kijken op het strand naar de zeemeeuwen, duikvogels, vissers en vlinders. Het koelt maar niet af en we slapen met de zijdeur open.

19 juni
Koffie maken bij de balustrade, de zon kleurt de zee langzaam blauwgroen in de baai.

Om 5 uur vanmorgen hoorde ik Josip al weg rijden richting Senj, het was stil op de kustweg dus ik kon hem precies volgen. Ondertussen is hij alweer terug en hoor ik de Litouwse mensen afscheid nemen. We snorkelen en gaan daarna douchen. Ons plan is om vandaag in deze buurt een andere leuke camping te zoeken, het is vandaag nog heet, morgen wordt het slechter. Dan via Rab en Krk naar Cres (de Litouwers waren hier nogal lovend over) en dan via Slovenië toch nog naar de Alpen in de hoop dat er dan wel mooi helder weer is.

In Senj is de camping niet leuk: een paar campers op een kale kade. Verder is het een leuk stadje. Parkeren kan voor een klein bedragje bij de haven.

Eerst maar even boodschappen doen en eten: we wachten er een uur op, maar dan komt er toch wat lekkers op tafel: een enorme zeebaars met heerlijke knoflookdressing!

Een camping met veel sportduikers

Camping Ujca is één baai verder naar het zuiden vanaf Spasovac. Via een tunnel onder de Jadranska Magistrale (kustweg) kom je er.

Het is gelegen in een nauwere kloof dan die van Spasovac met veel begroeiing, vanaf de kustweg is het niet of nauwelijks zichtbaar. Het ziet er gezellig uit, er zijn veel duikers. Helaas is het erg druk en er is nog maar één plekje vrij: in de zon en er staat geen zuchtje wind….
Ook een andere camping aan de kustweg keuren we af en dan gaat de weg wat meer het binnenland in tot aan Jablanac, waar de veerboot naar Rab gaat. Okee, dan zoeken we op Rab wel een camping! Lees maar verder op pagina 5.

Dit vind je misschien ook leuk

Schrijf een reactie