Home ReisverhalenBalkan, westelijk Albanië najaar 2012

Albanië najaar 2012

door Chris
Albanië najaar 2012

Alles over raki stoken

Chris: Op een driesprong in de buurt van de Albanese stad Elbasan drinken we espresso. Een vrouw heeft een wasmachine gekocht, de chauffeur van een minibusje helpt haar met uitladen. Ze vertrekt lopend met wat tassen en de wasmachine blijft moederziel alleen achter op het stoffige plein.

Even later komt er een auto en het ding wordt in de achterbak gesjord. Mannen op een paardenwagen tsjekken hun mobieltjes. In Albanië staan mannen vaak op de kar te mennen, al zag ik er ook eentje die een luxe autostoel op de kar had gemonteerd.

In de buurt van Pëqin is er plots markt op de snelweg, we parkeren de auto en gaan kijken hoe er zaken gedaan worden in de berm van de snelweg en op een braakliggend veldje daarnaast. Geiten liggen met de poten samengebonden zwaar ademend in de zon, een kalfje is in de schaduw tussen twee auto’s gezet. Een vrouw bevoelt alle kippen in een krat en kiest de drie diksten uit. Ze worden samengebonden en op de kop hangend kunnen drie kippen gemakkelijk in één hand gedragen worden.

Schoenen staan keurig uitgestald, wat een werk!

Het is warm en zonnig, dus we willen niet ver rijden vandaag. Natuurpark Divjakë aan zee blijkt een schot in de roos: een enorm zandstrand met daarachter bos en een rij restaurantjes/hotels. Het strandseizoen is afgelopen, maar een aantal restaurantjes zijn nog in bedrijf.

Vrij kamperen in het bos achter het strand

We vinden een rustige vrijkampeerplek in het bos met uitzicht op het enorme zandstrand. We gaan zwemmen in de warme zee, het is wel een beetje ondiep. Door onze voetstappen in het zand te volgen, komen we weer bij ons busje, dat goed verstopt blijkt te staan in de bosrand.

We lopen naar een restaurantje en de kokkin wordt opgetrommeld. We krijgen een soort paling voorgeschoteld, met knapperig brood en een heerlijke tzatziki waar ook verse roomkaas in zit.

Ik schrijf het boekje bij totdat het donker wordt en dan kijken we weer hoe de sterrenhemel langzaam tevoorschijn komt, helemaal geen strooilicht hier! Behalve een kat zien we de hele avond niets of niemand. Overdag rijden er een paar auto’s en brommers, de meesten ver weg: bij de zee. Er zitten hier wel een paar steekmuggen.

20 september
We horen al een hele tijd af en toe een brommend geluid, alsof er in de verte een auto langs rijdt. Het blijkt een zwaar onweer dat vanaf Italië deze kant op drijft. Laten we maar vast gaan zwemmen, nu het nog kan. Tijdens de rest van het ochtendritueel zien we steeds duidelijker de bliksemschichten in zee slaan. Met de donkere wolken en de zon op de voorgrond, levert dit prachtige plaatjes op.

Stroomuitval en lijm

Net als we instappen, vallen de eerste druppen. In het plaatsje Dvijakë willen we boodschappen doen en ontbijten, maar de regen valt nu met bakken uit de hemel. We duiken een cafeetje in, het is net marktdag en het is gezellig druk, zelfs een paar vrouwen. Ontbijt hebben ze niet, wel espresso. Het is een drukke lawaaierige bedoening, met luide muziek en mensen die daar boven uit proberen te komen. Plots is alles donker en stil, de mensen praten gedempt verder en de regen klettert onverminderd op de overkapping. De stroom is uitgevallen! Dit gebeurt gelukkig steeds minder in Albanië.

Na nog een rondje met de paraplu’s in de stromende regen tevergeefs op zoek naar een geschikte winkel of bakker, rijden we op een brede asfaltweg weer naar de doorgaande weg.

In bar/restaurant Hollandia (heel veel oranje en rood/wit/blauw) eten we spaghetti Bolognese en salade. Verderop een best wel grote winkel, ze hebben ook lijm! En aangezien het klittenband van het gordijntje en de landkaart achterop een beetje gaan loslaten, smeren we ter plekke de lijm m.n. op onze vingers.

We lopen dus de winkel weer in, want het is echt goeie lijm, die we er niet meer af krijgen. De baas wordt erbij gehaald, er wordt voorzichtig aan onze vingers gevoeld, er wordt diep nagedacht en de oplossing moet uit een potje aceton komen en dat werkt redelijk. Nog even met water en zeep nawassen en een dag later is inderdaad alles er weer af. Al die tijd staat er een wachtende jongeman voor de winkel die schijnbaar onbewogen al onze acties en gegiechel observeert.

De man die niet in de put zit

Op de drukke weg naar Fier zien we een man, midden op de drukke weg, in een put staan, het verkeer gaat rakelings langs hem heen. We remmen af en komen dichterbij. Hij zwaait wild met zijn armen. Hee, hij zit helemaal niet in een put, hij heeft geen benen, wat doet hij daar midden op de weg? Voordat we de situatie kunnen inschatten zijn we er voorbij. De auto achter ons stopt gelukkig wel.

Fier is een nare stad, m.n. in de regen ziet alles er troosteloos en grauw uit. De maffia schijnt hier nogal “huis” te houden.

In Vlorë vragen we naar de weg richting Tepelenë, in het Italiaans wordt ons uitgelegd dat we dan terug via Fier of via de kustweg via Sarandë moeten rijden, de andere weg op onze kaart is te slecht. Zeker met dit regenweer kiezen we dus gewoon voor de ons bekende goed geasfalteerde kustweg.

Op de Llogarapas begint het weer keihard te regenen en aan de andere kant schijnt de zon, en is er door een vreemd samenspel van wolken en wind totaal geen zicht in de oostelijke haarspelden aan de bovenkant van de pas, terwijl lager op de pas juist de westelijke haarspelden in een dichte mist gehuld zijn.

We zien de toegangsweg naar het grote lege strand onderaan de Llogara-pas, waar net een buscamper omhoog getrokken wordt door een terreinwagen. Wij doen dit slechte pad nu ook maar even niet vanwege de versgevallen regen.

Wat een lieve eigenaars van een minicamping

In Dhërmi gaan we wel naar beneden en daar zien we een bord: camping Nikki met een gloednieuwe asfaltweg naar beneden. Deze weg is vlak voor Nikki Resort geblokkeerd door een vrachtwagen, maar links zien we een eenvoudige camping. Dat ziet er aardig uit! Een vrouw komt naar het hek en maakt het open. Kamperen kost slechts 7 euro. We mogen ook wel een batterijtje opladen in de keuken.

Het strand is vlakbij en daar ontmoeten we drie Tsjechische en Slowaakse studenten uit Praag, ze hebben net gezwommen. Twee Albanese jongens bewaken Nikki Resort. Dit is binnen een paar maanden uit de grond gestampt, inclusief toegangsweg, palmbomen, jetski’s en honderden ligbedden en rieten dakjes die opgeslagen liggen omdat het strandseizoen alweer voorbij is. We genieten van de wilde golven en de wolken die tegen de Llogara hangen.

Terug op de camping gaan we bij de campingeigenaren Leida en Roland zitten, ze maken kebab voor ons en we krijgen raki. Dit heeft Roland vandaag bij zijn vader gemaakt, dus het is erg vers. Raki blijft slechts één à twee jaar lekker, vertelt hij ons. Het wordt gedistilleerd uit druiven, morgen gaat hij weer heel vroeg opstaan en zijn vader weer helpen met het raki-stoken. Het waait ineens best hard en we gaan binnen zitten in de keuken zonder ramen en deur. Het is heel fijn dat we nu eens al onze vragen over Albanië kunnen stellen aan iemand die goed Engels spreekt.

Albanië is een mooi land voor toeristen

Door de crisis in Griekenland is hij terug gekomen naar zijn geboortestreek (dit verhaal horen we vaker deze reis). Al gauw komt het gesprek door de blokkerende vrachtauto op corruptie en dat is echt verschrikkelijk. Albanië is een mooi land voor toeristen, maar niet voor de mensen om in te wonen, verzucht Roland. Dat was ons al enigszins duidelijk, maar waarom zijn Albanese mensen dan altijd zo vrolijk en zo vriendelijk?

De raki wordt weer bijgevuld, onze Beerenburg moet geproefd worden, terwijl we antwoord op deze vraag proberen te vinden….. Leida drinkt slechts een paar slokken alcohol, ze vind ’t niet zo lekker. Ze praat weinig Engels en als er dan nog een vriend bij komt die ook goed Engels spreekt, begint ze behoorlijk te gapen en trek ik Ton mee naar het busje. Wat een gezellige avond!

21 september
Om 7.30 wakker, Roland en Leida, die hier in een koepeltentje slapen, schrikken ook wakker. Ik dacht dat hij om 5 uur zou opstaan om zijn vader te helpen met de raki, maar 9 uur vindt hij ook wel goed. Hij vindt het leuk als we er nog zijn straks om 12 uur want dan krijgen we nog een flesje raki mee!

Seizoenscamping

We gaan zwemmen in de mooie blauwe zee, de golven zijn gelukkig wat minder hoog. Dan lekker douchen op de camping en wat lummelen, Ton heeft een opruimbui. We vertrekken naar een bankomaat op het strand, die het helaas niet meer doet. Maar we zien wel hoe het hier allemaal is veranderd de laatste jaren. De campinkjes rijzen hier als paddenstoelen uit de grond, maar de meesten zijn ook al weer gesloten, het seizoen duurt maar twee maanden.

Roland en Leida sluiten komende zondag. In principe willen ze volgend jaar open zijn van ongeveer half mei tot ongeveer 1 oktober. Hun kinderen vonden het ook geweldig deze zomer op de camping, ze zijn nu in Shkodër bij de ouders van Leida, want ze gaan weer naar school.
We sjokken in de hete zon via een omweg weer omhoog en Roland & Leida maken ons nog een heerlijke omelet met patat en salade.

We maken nog een foto van deze lieverds als aandenken en ook om op onze pagina van campings in Albanië te zetten. Het is ondertussen al 15.00. Behalve raki (in een waterflesje), krijgen we ook veel vers fruit mee.

We drinken luxe frapé op het terras met het mooie uitzicht hoog boven Dhermi met zijn stranden. Dan verder via de ons zo bekende kustweg, die de eerste keren nog onverhard was, naar Himarë.

De camping met de koeien

We hebben gehoord van een gemoedelijke camping in Qeparo en vinden hem, verstopt tussen de olijfbomen, vanaf de rivier is een pad. Eén van de twee aanwezige jongens maakt snel twee toiletten voor ons schoon en het kost 10 euro, misschien een beetje duur omdat er niets is.

Er is geen hek (de koeien en geiten lopen over de camping), er zijn geen afvalbakken (alhoewel er niet heel veel afval over de camping zwerft), er is geen bar/restaurant (althans niet open nu), geen rust (de weg loopt vlakbij), geen elektrisch (al kun je wel wat opladen vanuit een stopcontact in een boom), geen personeel (de jongens verbrassen onmiddellijk hun tientje in het plaatselijke café?).

Dit klinkt misschien wat zeurderig, dus ik zal ook even de positieve punten opnoemen: er zijn geen andere campinggasten, er zijn prachtige vruchtenbomen, er is zon, er is schaduw en de zee is op loopafstand. Evenals de warme bakker, café’s en restaurants.

We maken een wandeling langs het strand en op onze oude overnachtingsplek staan nu een Duits busje en een Litouwse camper. Via de asfaltweg weer terug, ook hier weer zo’n in elkaar gezakt betonskelet van een hotel, dat zagen we 2 jaar geleden ook hier verderop aan de kust. Klik hier voor ons verhaal daarover.

Ton vraagt aan twee oude mannen of hij een foto mag nemen.
Ton: En dat is goed. Leuke foto. Terug bij de camping zoeken we een stopcontact om de laptop op te laden. Aan een boom hangt er één, die het doet. De jongens van de camping zijn weg en we gokken erop dat de laptop niet wordt gejat.

Een restaurant aan het strand

We vertrekken naar het dorp om nog wat te eten. We lopen “binnendoor” en komen bij de weg uit. Via de zijweg richting strand is misschien wel wat. We vragen een dame. Ze neemt net afscheid van een paar mensen en gaat naar haar auto en zegt dat we mee kunnen rijden. Er stapt nog een man in.

Ze brengt ons ongeveer 200 meter verderop naar (wij denken) haar eigen restaurant aan het strand. Er zitten een paar mannen aan een tafeltje, de vrouwen doen al het werk. We krijgen vis, gebakken groentes e.d. Dan terug, lopend over dezelfde route, want in het donker is het wat lastig om te experimenteren met onbekende paden. De laptop is opgeladen en niet gejat. Eén jongen is terug en komt nog even kijken. Dan naar bed en lekker slapen om ongeveer 22.30.

22 september
Chris: We worden wakker van rennende beesten, ’t blijken twee koetjes en twee stiertjes die zowat een uur lang elkaar bespringen, dus leuke fotomomentjes tijdens de koffie.

Er zijn veel huisvliegen en we ontdekken dat koeien ook perziken (de pit wordt na wat kauwen uitgespuwd) en druiventrossen eten. Om 10.30 vertrekken we met onze zwemspullen naar de zee. Nog steeds geen jongen gezien, wel wat voorbijgangers over de camping, de laatste een Griekse dame met een boodschappenkarretje door het bos. Om 12 uur, net als we vertrekken, komen de jongens weer terug.

Half verlaten Oud-Qeparo ligt boven op de berg

We vragen nog even hoe de weg naar boven, naar oud-Qeparo, is, en die is goed. Inderdaad een verharde weg van beton met richeltjes vanwege de steilheid: gemiddeld zo’n 15%, één auto breed en met een paar haarspelden. Het is een leuk oud stadje, nog voor de helft of zo bewoond.

Op de terugweg komen we twee auto’s tegen, oeps!

In het restaurant Ujvara in Borsh boven een snelstromende rivier worden we weer bediend door de Nederlandssprekende ober, er zit een aantal groepen toeristen en ze hebben net een buslading van eten voorzien, dus veel keus is er niet meer.

Dan zoeken we hier nog naar een asfaltweg of brede onverharde weg door het binnenland terug naar Vlorë, maar die is er gewoon niet.

We besluiten om via de kustweg weer naar het noorden te gaan. Bij Himarë bedenkt Ton dat we wel weer op dat mooie snorkelstrand kunnen gaan staan. Er blijkt een nieuwe camping maar die ziet er nog niet zo aanlokkelijk uit, dus 200 meter verder gaan we op onze oude plek staan, prachtig onder de olijfbomen aan het strand.

Na een paar uur snorkelplezier komt er een man op een brommertje ons vertellen dat deze plek privé-eigendom is, we kunnen wel op de camping hier vlakbij staan. Op het strand staan mag ook wel volgens hem, maar wat de politie daarvan vindt??? We besluiten om naar de camping te gaan en wat blijkt?

Camping Krane

De man die ons wegstuurde blijkt de campingeigenaar! We vinden dit gedrag wel heel erg on-Albanees en de man blijkt een Griek. In drie maanden heeft hij deze camping gebouwd en sinds 1 augustus is hij open. Het is behoorlijk prijzig: 15 euro of 2000 lek. Er zijn schone toiletten en een douche, maar geen w.c.-papier of zeep, wat je voor die prijs wel verwacht. Er is een honderd jaar oude waterput aanwezig, geen drinkwater maar prima om te baden en te koken volgens de Griek.

Dan wordt er net een lading stenen gebracht en hij laat ons zijn druiven zien: hij gaat ze vanavond in vaten doen en dan moeten ze 23 dagen gisten. Ergens huilt een kind en daarom maakt hij ruzie met zijn vrouw. We voelen ons niet zo prettig op deze camping, ook doordat we hier zo vreemd terecht zijn gekomen.

Plots ook last van steekmuggen en we gaan eten bij een taverne vlakbij, ook Grieks. Er zitten drie groepen Duitsers, “Mirdita”, groet Ton demonstratief! Gelukkig is het eten goed: spaghetti met garnalen in tomatensaus. Het zoontje van de eigenaar mag nog niet zelf eten, hij wordt gevoerd, maar mag ons wel de rekening brengen.

Terug op de camping staat de eigenaar in het toiletgebouw met zijn blote voeten in een plastic teiltje honderden kilo’s druiven te persen. Ze zijn al dagen aan het gisten in kratjes in de zon en het stinkt zodanig dat we het tanden poetsen maar overslaan.

23 september
De buurhond blaft, we hebben zowat het klokje rond geslapen! We houden “grote schoonmaak”: bed verschonen, (bruin) water bijvullen, zwemmen en douchen. Dan een lauw afscheid: enjoy your holiday, enjoy your raki! Lees maar verder op pagina 7.

Dit vind je misschien ook leuk

Schrijf een reactie