Een bijzondere vistechniek
Chris: We zijn al gauw bij de Llogara-pas, hier eindigt (of begint) de Albanese rivièra aan de Ionische Zee. Boven op de pas eten we in restaurant “Panorama”, een drukke en veeltalige mengeling van lokale sjiek en toeristen. We bestellen lamsvlees, levertjes en hartjes, salade, drankjes, nog geen 20 euro alles bij elkaar.
Tijdens de afdaling bekijken we Dukat (onze eerste overnachtingsplek in Albanië was hier in april 2006) waar de volksheldin Sado Koshena in een standbeeld is vereeuwigd en even later zien we deze grappige borden en vragen we ons af of er zo meteen bobbels of gaten in de weg komen, ach, wat maakt het uit!
Dan vervangen we bij een waterkraantje het bruine campingwater voor fris helder water! Door Vlorë volgen we de kust naar het noorden en komen bij een aantal prachtige zandstranden met mooie rotsformaties. Het pad gaat na een kilometer over een breed halvemaanvormig strand verder en uiteindelijk komen we bij een afgelegen kleiner strand, wat is het hier mooi! En er is verder niemand! Althans geen toeristen, haha.
Zeven vissers
Ton: Er komen zeven vissers, eerst kijken ze op de rotsen of er vis zit en dan gaan twee mannen met een zwemband, waar een heel lang visnet op ligt, het water in. Een derde man houdt het begin van het net vast. De eerste zwemt achteruit, de band voorttrekkend, een groot rondje, de tweede zorgt dat het net netjes in het water komt. Als nummer 1 weer bijna op het strand is, helpen de andere mannen om het net weer op het strand te trekken. Het rondje wordt langzaam steeds kleiner.
Een schreeuw: een grote vis springt over het net, twee mannen gaan het water in om het net hoger te houden, maar het net is te lang om het overal hoog te houden en we zien nog een aantal vissen er overheen springen. Als het net eindelijk op het strand ligt, zitten er helaas maar zo’n twintig echt kleine vissen in. Eén bijt de baas in zijn vinger! Het is een “barbun” volgens de vissers, een soort piranha dus. Hij heeft er duidelijk veel last van en de vis wordt afgemaakt met de rand van een plastic fles.
Er zit ook veel zeewier in het net dus met zijn allen halen ze dat er weer uit, en een lol dat ze de hele tijd met elkaar hebben! En dan wordt het net weer op de gele zwemband gelegd en begint het hele ritueel opnieuw.
Dit duurt ongeveer een uur en het resultaat is deze keer iets beter: één grote vis en weer zo’n twintig kleintjes. De zon is inmiddels in de zee gezakt, maar voordat de vissers echt weg zijn is het donker, want hun bus komt nog vast te zitten in het mulle zand. Alweer luide lachsalvo’s bij het oplossen van dit probleempje.
Angstaanjagend gehuil
We zitten nog aardig lang buiten onder de heldere sterrenhemel. Plots beginnen er veel wilde honden te huilen, ze blijven ver weg in de heuvels, maar het klinkt angstaanjagend!
24 september
Chris: Ik ga een lekker lange ochtendwandeling maken, dan kan Ton even uitslapen nog. Na de koffie gaan we zwemmen in de ondiepe zanderige baai, met fijne zandribbels op de bodem. Verderop zit een groep Albanezen krabbetjes te verzamelen op de rotsen, een visser komt eens kijken en vertrekt weer op zijn brommertje. Een oude witte mercedes doet er drie keer over om een steil stuk van mijn wandelpad van vanochtend te berijden, achteruit, nog eens gang maken, etc.
Om 10.30 vertrekken we en rijden langs de kust terug naar Vlorë, een enorm kilometerslang verlaten fabriekscomplex ontsiert hier de boel.
Om 12 uur zitten we te wachten op risotto met inktvis en spaghetti “prosjuto” bij een Italiaans sprekende ober aan de doorgaande weg tussen Vlorë en het begin van de snelweg naar Fier. De ober is een knappe jongen, die (hopelijk) zijn eerste dag heeft. Hij komt met een blad en gebaart onhandig dat we onze spullen even van de tafel moeten afhalen, vervolgens zet hij allemaal spullen op de tafel, je weet wel: azijn- en oliestellen (twee stuks nota bene!), borden, bestek, want daaronder ligt op zijn blad het opgevouwen tafelkleedje! We pakken dus ook zijn spullen, naast onze glazen + blikjes + camera + opschrijfboekje, op onze schoot en hij legt het papieren kleedje neer, pakt nog een olie- en azijnstelletje van een stoel, zo lief en onbeholpen allemaal! Het eten is trouwens zalig!
De slechte weg bij Burrel
De rest van de route is niet zo bijzonder en bij Durrës rijden we behoorlijk fout! Als je vanuit het zuiden “Tirana” volgt, kom je op de oude weg naar Tirana, gewoon rechtdoor de snelweg volgen dus. Maar goed, via een flinke omweg komen we er weer op, langs het vliegveld, langs “camping Nord”, en verder naar het noorden. Een op internet gevonden Italiaanse camping bij Burrel is ons einddoel voor vandaag. Langs een brede rivier rijden we het binnenland in. In de diepte zien we een man een lading brandhout in zijn roeibootje vervoeren, men bereidt zich alweer voor op de winter.
In Burrel eten we kleine pizza’s in een snackbar. De weg is af en toe erg slecht, vooral het laatste stuk voorbij Burrel is heel erg slecht! Het asfalt is totaal kapotgereden: het lijken soms wel golven alsof er een vrachtauto over heen is gereden, toen het nog nat was. Bij een benzinepomp rijden we over het terrein van de pomp, veel beter!
Kamperen naast de kerk
Camping Oasi Alla Chiesa Albania staat goed aangegeven en het blijkt een Italiaans Katholiek nonnenklooster, er hangt een bel en de nonnen vertellen vanuit het raam boven dat de “capo” (de baas) zo zal komen, we moeten ons alvast maar installeren. Al gauw komen er twee jongens op een brommer, ’t kost 7 euro p.p. en we krijgen een warme geroosterde maiskolf!
Het gesprek gaat verder uiteraard over de slechte weg. Maar hoe dat precies zit? Ton begrijpt dat de maffia vrachtwagens over de pas geasfalteerde weg heeft laten rijden, zodat ze nog een keer geld van de regering kunnen vangen voor de aanleg. Deze situatie bestaat in ieder geval hier al enkele jaren zo.
Het is al gauw donker en we kunnen zelf evt. een lamp aandoen (en uitdoen), heel prettig! De elektriciteitsvoorziening is goed en de douche de volgende ochtend is heerlijk (boven het zeer schone toilet bij de nonnetjes). We horen dat er ook een “Papa” woont, die hier elke zondag de mis opdraagt en men doet veel aan liefdadigheid voor de arme families hier in de bergen.
25 september
Na ’t douchen maken we kennis met de Brabantse Sjors, hij reist alleen en houdt van mountain-biken in de bergen.
De zwemplek van de sokjes
Onderweg naar Burrel zwemmen we op een mooie plek in de rivier.
Dit keer vergeten we de camera niet, de sokjes doen hun werk nog! We hobbelen terug naar Burrel, ach de weg valt eigenlijk nog wel mee, alleen bij de benzinepomp is het erg hobbelig. We rijden maar weer over het terrein van de pomp. Ontbijt in Burrel met een heerlijke “kaasbyrek”. Verder dezelfde route terug naar de kust maar voordat we daar zijn, eten we in een kloof in restaurant Fredi “goggel”.
In tegenstelling tot wat we vermoeden (het stikt hier van de eenden), blijkt dit geen “gerecht met eend”, maar gewoon lamsvlees. Met heel veel salade, en heel veel patat. Deze ober is ook net terug gekomen uit Griekenland en spreekt redelijk Engels.
En dan, eindelijk!, rijden we naar het begin van de zuidelijke route naar de Theth-vallei!!! Lees maar verder op pagina 8.