Home ReisverhalenBalkan, westelijk Slovenië en verder 2011

Slovenië en verder 2011

door Chris
Slovenie en verder

314 treden naar benee

We rijden naar Postojna en gaan daar op camping Pivka Jama staan, lekker weer alles opladen, bah, we worden wel wat afhankelijk van stroom. Gewoon niet meer de site uploaden onderweg?

We bekijken de camping, die verder nu vrijwel leeg is. Ik herken niets van 1977, behalve het toen niet toegankelijke pad dat afdaalde in een doline en naar een grot leek te gaan, wat me toen als jong meisje superspannend leek. Nu is het de toegang tot de grot “Pivka Jama” open op zaterdag en zondag om 9, 12 en 15 uur.

We vragen de sleutel van het zwembad aan de receptionist, een Duitser neemt de sleutel over en we gaan een laško drinken in het restaurant waar je gratis wifi hebt. We eten heerlijke hertensteak en kipfilet met garnalen en asperges, halverwege ruilen we de borden om. Er komen nog enkele Duitse gasten, ze begroeten iedereen in hun eigen taal. In de beukenbomen klinkt geritsel, het blijken grote muizen met lange staarten die razendsnel op de takken heen en weer rennen. Volgens de ober zijn het zevenslapers/relmuizen.

Stalagtieten groeien veel sneller in Slovenië

18 september
Ton: Na een ontbijt bij het restaurant gaan we om 9 uur met een gids de grotten onder deze camping bekijken. Zeer luxe, één gids op twee personen voor slechts 8 euro p.p. Na 314 treden naar beneden komen we in de eerste grot, de Pivka (spreek uit: Pjoeka) Jama. Onze gids Milan vertelt allerlei gegevens en details o.a. over de rivier die door de grotten stroomt en nu heel laag staat, maar tot grote hoogte kan komen. Aan het begin van de grot is de temperatuur ongeveer 11 °C. Grotten waarin water loopt hebben een constante temperatuur van ongeveer 6 °C, in andere grotten wisselt de temperatuur meer: van 4 °C in de winter tot 15 °C in de zomer.

De grotten verbinden zich tot aan Postojna, ongeveer 20 kilometer verder en er zijn nog veel niet ontdekte gangen, een lust voor speleologen. Sommige stalagtieten zijn hol, klop er maar eens op! Onder bepaalde weersomstandigheden kun je ze horen fluiten! Stalagtieten groeien hier relatief snel omdat er in Slovenië veel neerslag valt en dat ook nog vaak in de vorm van sneeuw, dat traag smelt en zo de grotten steeds van druppels voorziet.

Als we een flinke stalagtiet op de ijzeren reling zien vertelt hij dat het nog sneller groeit op ijzer door de vorming van oxide of zo.

Grottenolmen eten gewoon een paar jaar niet

Er leven zo’n 100 diersoorten in de grotten, vleermuizen (we zien ze vliegen), vissen en natuurlijk de grottenolmen (de menselijke vis, een amfibie, die vanwege de roze-witte kleur zo werd genoemd, nu niet meer omdat dit racistisch is) die je soms kunt zien als het water van de rivier wat hoger staat. Ze kunnen jarenlang zonder voedsel, maximaal 12-14 jaar!
De Italianen hebben in de 2e wereldoorlog gangen gemaakt om zo onder de grens door te kunnen. Milan vertelt over de mineralen in de stenen en laat ons zilver- en goudkleurige bacteriën zien.

Hij vertelt dat aardbevingen weinig invloed hebben op de grotten omdat ze kunnen meebewegen, hij wijst ons een plek waar de verschillende platen over elkaar heen schuiven: er zit een flexibel stukje tussen, het lijkt wel stopverf/klei.
De gids vertelt dat er in de grotten iets meer radioactiviteit is dan daarbuiten, voor bezoekers natuurlijk geen enkel probleem, maar bij de Sloveense gidsen wordt regelmatig het bloed gecontroleerd op genetische fouten. Ook uit andere dingen die Milan vertelt over de veiligheid bij sporten en recreatie in de natuur en de controle daarop, blijkt dat Slovenië een Europees land is.

De winderige “Black Cave”

De laatste grot is de “Black Cave”, er zit een deur tussen om de wind tegen te houden, de gids laat hem even op een kier staan, inderdaad. Deze grot is waarschijnlijk zo zwart door enorme bosbranden in een ver verleden maar geheel zeker is dit niet. Aan het eind is een ruimte waar Italianen een muziektempel wilden maken en hebben daar met veel rotsafval een groot deel van de prachtige stalagtieten verwoest. Het is nooit gebruikt vanwege de te lage temperatuur: zo’n 5 °C.
Als we weer naar buiten komen door een andere uitgang (ruim 200 treden omhoog) is het snel erg warm. Dit was een prachtig stuk natuur van miljoenen jaren oud.

Chris: Helaas zijn de foto’s van bedenkelijke kwaliteit, maar de prachtige ervaring zit in ons hoofd. Terug op de camping gaan we douchen en koffie drinken in het restaurant om nog even van de wifi te genieten maar het lukt alweer niet om de site up te loaden.

Het gaat dus binnenkort regenen, we besluiten wat rij-dagen naar het zuiden in te lassen. Voor Ljubliana staan we een half uur in de file, de Kroatische grens over en in Novska eten we bij San Luca.
Op de hier wat saaie, vlakke rit zien we op bijna elk paaltje een roofvogel zitten en soms een groepje reetjes aan de andere kant van het hekwerk. Bij Slavonski Brod gaan we weer van de autoput af voor een overnachting bij het vredige hazelnootwatertje.

We kunnen hier geen hazelnoten ontdekken, we staan wel onder walnotenbomen! Met smullende eekhoorns. Er zijn nog wat vissers, wandelaars en een vrijend stel. Iedereen vertrekt al snel want het wordt om 19.30 al donker, we zijn immers alweer verder naar het oosten gereisd! Het giechelende stel maakt eerst nog een vuurtje en vertrekt uiteindelijk ook.

Een ochtendbad

19 september
Om 7 uur zijn er alweer twee ochtendvissers, als de zon echt gaat branden zijn ze weg en hebben we het prachtige meer voor onszelf. Na het lezen in de schaduw gaan we zwemmen, aan de overkant is een zwemplek met een trappetje, dat goed vast lijkt te zitten. Alleen zit er in het midden een stang, hoe kom je er nou op? Ton probeert het via de zijkant en vliegt zo met een elegante boog met trappetje en al het meer in! Het is gelukkig redelijk diep dus hij bezeert zich niet. Ik spring er maar gewoon in en het stinkende water vliegt zo mijn neus in. Zo aan het eind van de zomer is dit misschien toch niet zo’n gezonde zwemplek?

Als we weer terug lopen naar ons busje komen er twee trekkertjes met karren, gaan ze het afval van de afgelopen zomer opruimen? Nee, de één gaat met drie tonnen bij een kapot bruggetje staan en de andere verdwijnt in het bos met twee man en een elektrische zaag. De man van de tonnen gaat anderhalf uur onder een boom zitten en als hij uiteindelijk weer vertrekt stromen de drie tonnen over van het water uit het meer. Geen idee hoe hij dat erin heeft gekregen. Ook de kar die nu goed is gevuld met boomstammen verdwijnt weer.

Helaas verdwijnt ook de zon, de lucht wordt donker, de voorspelde regen komt er aan! Met regen kun je net zo goed in de auto zitten dus we stappen om 14.00 uur in, vandaag halen we het “Spiegelmeer” nog wel. Na de boodschappen en een uurtje op de snelweg passeren we vlot de Servische grens, alleen paspoorten, groene kaart en een blik naar binnen. Gelukkig niet meer zo’n zinloos autodocument nodig. Lees maar verder op pagina 6.

Dit vind je misschien ook leuk

Schrijf een reactie