Home ReisverhalenBalkan, westelijk Slovenië en verder 2011

Slovenië en verder 2011

door Chris
Slovenie en verder

In de ban van de paragliders

Voor de Soča slaan we niet linksaf naar het Sloveense Tolmin maar rechtsaf want daar zagen we ergens een rustige camping aan het water en we willen toch wel eens rafters/kayakkers zien. Die zien we niet, maar wel paragliders, ze landen op het veld naast deze camping aan de rivier!

Ik loop steeds naar het veld als er weer eens één gaat landen en praat ondertussen met de Duitse buurvrouw. Zij heeft ook deze hobby en landde onlangs in de tuin van twee Sloveense opa’s, ze dachten dat er een engel was geland (ze heeft lange blonde haren) en ze kreeg wat te drinken en mocht naar de w.c. Dit schijnt een heikel punt te zijn voor paragliders, zij kan bijvoorbeeld daarom maar twee uur vliegen, maar mannen kunnen makkelijker plassen daarboven en maken vluchten van vier of vijf uren. Toch zien we de eerst gelande piloot meteen naar de bosjes rennen en minutenlang plassen. Ton is ondertussen in de weer met de wifi-code van de camping en ook dat lukt aardig. Dit is de eerste vakantie dat we allebei steeds op internet zitten, misschien een beetje ongezellig maar ook wel weer leuk.

Ik fotografeer een heleboel landingen, eentje loopt langs me als ie alles heeft ingepakt. “Was it a good flight?” “Nee, helaas niet!” is z’n antwoord. Waarom kan men überhaupt aan mijn Engels horen dat ik uit Nederland kom?
Als we gezellig bij het busje zitten en het wordt donker heeft Ton plots erge slaap, ik niet, maar ik ben toch ook zo vertrokken.

Rotsige haarspelden op de bergflank

14 september
Mistig, dus ook wat later wakker. Om 7.30 ga ik douchen, gisteren vertelde men bij het inchecken dat de mobiele douchecabines vroeg zouden worden opgehaald i.v.m. het einde van het seizoen. Deze camping bestaat nog maar kort dus er zijn nog geen blijvende voorzieningen. Maar Ton kan zich ook nog douchen en als we de camping verlaten staan ze er nog.
Volgens de campingjongen vertrekt er vanaf de bergflanken van paragliding startpunt Stol om 12.00 een groep paragliders. Deze prachtige onverharde bergweg hadden we al in het vizier dus we gaan over de snellere weg aan de zuidkant van de Soča terug naar Kobarid en dan naar het westen. De haarspeldenweg, bij Sedlo omhoog, is lang en begint wat saai: door het bos.

De steenslagweg is smal en er zijn weinig passeerplekken, er is dan ook weinig verkeer: in de drie uur dat we omhoog en weer naar beneden gaan komen we tegen: een paar mountainbikers, een voetganger en een paragliding-jeep op de terugweg. Na vijf kilometer door het bos krijg je prachtig zicht op de kale bergflanken en de overige bergen in de omgeving, al is het nu wat heiig.

Na ruim 11 km komen we aan op het paraglidingpunt op 1400 meter hoogte en er is niemand, ondertussen is het al 12.30. Je kan hier evt. nog verder maar over de toestand van de weg naar Hum kunnen we niets zeggen.
Op de terugweg picknicken we op een mooie plek in het bos.

Blauwgroen zwembadje

Dan, via Breginj en het dorpje Logje, waar je moet steken op de smalle haarspelden, vinden we bij de volgende brug een paradijselijke zwemplek aan de Nadiža-rivier.

Het water is gelukkig niet heel koud en we dobberen en snorkelen wat rond. Er zitten marmerforellen in het water die af en toe (paniekerig of jolig) keihard zwemmen. Als twee jongens arriveren doen we wat moeilijk om onze kleren aan te trekken tot zij er ook gewoon bloot in springen.
De weg gaat hier even omhoog maar komt weer bij de Nadiža en na ongeveer 2 km komen we bij een oud bruggetje.

Na een dikke kilometer volgt een wat saai ogende camping en na een grotere brug volgen we de borden met camping naar rechts. Op het “camperveldje” hebben we uitzicht op de berg Stol en de bergweg die we net hebben gereden! En ja hoor, om 16.00 komen er een heleboel paragliders naar beneden!

Lekker in de zon de site uploaden en dan een paar drupjes regen. Helaas is er geen keuken in het café vertelt de mooi-ogige receptioniste, dus we eten wat chips en bij het busje nog wat worstjes.

We kijken naar de prachtige onweerflitsen, boven ons zien we de sterren, dus geen regen. Ton telt de flitsen: nummer 13, het geluid van nummer 10 komt er achter aan, flits 14, even onthouden, dat is ook een dikke. Enz. De buren hebben een gezellig houtvuurtje en net als ik zeg dat hun baby’s al een hele tijd stil zijn, begint er weer eentje heftig te krijsen. Als we het busje ingaan begint het te stortregenen en in het oorverdovende natuurgeweld vallen we heerlijk in slaap.

Kloven bij Tolmin

15 september
Om 8 uur wakker en alles is nog wat vochtig, maar de lucht is alweer grotendeels blauw. Vandaag willen we de kloven bij Tolmin bekijken. Bij de kassa geven we eerst de vier euro voor Rok terug, zijn vriendin zit achter de kassa. Het blijkt dat we toch beter gisteren de kloven hadden kunnen bekijken want na de stortbui van vannacht is het water bruin troebel i.p.v. helder blauw. Die ene rivier valt nog wel mee wat dat betreft. Het is een mooie inspannende tocht van ongeveer twee uur.

Aangezien er drie keer een stukje terug gelopen moet worden en twee Nederlanders tegelijk met ons vertrokken komen we elkaar diverse keren tegen. We zien een hier zeldzame warme bron, de duivelsbrug van boven en beneden, de samenvloeiing van twee rivieren in een kloof, de bemoste berenkop, watervalletjes en als laatste de Dante-grot, maar als je geen zaklamp hebt kun je die beter overslaan.

Vreemde appelsapjes

In Tolmin eten we marmerforel en zalm. De bediening is zeer vreemd, een jongedame met uitpuilende boezem neemt de bestelling op en we krijgen koffie van het huis aangeboden voordat we het eten gezien hebben, inderdaad komt na het eten een excentrieke oude dame met rechtopstaand geblondeerd haar de espresso brengen en ze vraagt of we hier vorig jaar ook waren??? Vervolgens blijkt de appelsap 12 euro te hebben gekost, in elk glas gaan drie hele dure dingetjes. Volgende keer maar fanta bestellen.

We gaan richting partizanenhospitaal, van de Nederlanders hebben we gehoord dat het herbouwd is nadat het in 2007 door zware regenval was weggespoeld. Onderweg komen we vast wel een camping tegen. Nee dus…. Dus we rijden eerst maar voorbij het Franja Partizanen Hospitaal om een vrije kampeerplek te zoeken. Na heel wat zoeken vinden we een stille bosplek op een heuvel.

Lees maar verder op pagina 4.

Dit vind je misschien ook leuk

Schrijf een reactie